Er zijn na het stopzetten van de subsidie voor Nederlandse scholen in het buitenland 35 scholen gesloten. Er zijn daarvoor relatief weinig nieuwe scholen bijgekomen. Dat staat in het onderzoeksrapport van Inspectie van het onderwijs naar de gevolgen van het nieuwe budgettaire kader voor het Nederlands onderwijs in het buitenland.
Kinderen van ouders die voor langere tijd in het buitenland zitten, kunnen op veel plekken toch Nederlands (funderend) onderwijs volgen. De Inspectie controleert deze scholen en rapporteert hierover aan de minister.

De resultaten bevestigen de eerder geuite zorg van onder meer stichting Nederlands Onderwijs Buitenland (Stichting NOB) dat de bezuinigingsmaatregelen zouden leiden tot meer schoolsluitingen en een afnemende toegankelijkheid van Nederlands onderwijs wereldwijd. De inspectie noemt dat de subsidiemaatregelen leiden tot bezuinigingen op personeel en leermiddelen, en grotere en meer gedifferentieerde groepen

Stopzetten subsidie opgevangen met hogere ouderbijdrage
De eerder verstrekte subsidie was vaak een kleine bijdrage in de begroting. Volgens de Inspectie hebben veel scholen dit opgevangen met een verhoging van de ouderbijdrage. Dit leidt tot verminderde deelname aan het Nederlands onderwijs. Het is waarschijnlijk dat door de verminderde deelname aan het Nederlands onderwijs in het buitenland de aansluiting op het onderwijs in Nederland en Vlaanderen afneemt. Dit heeft mogelijk een ongunstig effect op de loopbaan van individuele leerlingen.

In 2014 gingen 12590 Nederlandse leerlingen tussen 4 en 18 jaar blijvend naar het buitenland. Ongeveer 40% van de Nederlandse of Vlaamse leerlingen in het buitenland keert binnen 5 jaar terug naar Nederland of Vlaanderen.

Bron: VO Raad