Studenten die op kamers gaan wonen vinden vooral de locatie van hun nieuwe stek belangrijk. Ze betalen liever meer geld voor een gedeelde kamer op de campus of rond het centrum dan voor een éénkamerwoning op een andere plek. Dat blijkt uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2017.

Vandaag wordt dit rapport gepresenteerd tijdens het Landelijke Congres Studentenhuisvesting van Kences in Delft. “In en rondom het centrum van de stad of op de campus. Verreweg de meeste studenten willen zich daar vestigen”, vertelt directeur Ardin Mourik. “Als een zelfstandige woonruimte op één van die locaties geen haalbare kaart blijkt, dan gaan ze voor een gedeelde kamer. Ze vinden dat altijd nog beter dan een kamer in een ander deel van de stad.”

Flinke woonlasten
Gemiddeld betaalden uitwonende studenten in het afgelopen collegejaar 440 euro aan woonlasten per maand. Dat was inclusief alle bijkomende lasten en na aftrek van huurtoeslag. De woonlasten per vierkante meter zijn daarmee gemiddeld 24 euro. Wie particulier huurt is het duurst uit, de woonlasten voor een studentenkamer van corporaties zijn daarentegen een stuk lager. Gecorrigeerd voor inflatie zijn de woonlasten per woonruimte sinds het collegejaar 2012/2013 met gemiddeld 2,8 procent per jaar gestegen. “Het gemiddelde studenteninkomen bedraagt zo’n 900 euro per maand. Bijna de helft van dat geld wordt dus uitgegeven aan wonen”, aldus Mourik.

Aantal studenten
In de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2017 wordt ook uitgebreid ingegaan op de ontwikkeling van het aantal studenten in ons land. Uit zowel binnen- als buitenland. Het aantal Nederlandse studenten steeg het afgelopen collegejaar met 3 procent. De groei van het aantal internationale studiepuntmobiele studenten en diplomastudenten ging nog een stuk sneller, respectievelijk met 7 en 9 procent. “Voor de komende acht jaar rekenen we op een stijging van 39 procent van het aantal studiepuntmobiele studenten en 40 procent van het aantal internationale studenten.”

Studentenhuisvesters
De forse groei van het aantal internationale studenten is een grote uitdaging voor studentenhuisvesters. De meeste van deze studenten hebben immers een acute woonvraag zodra zij in Nederland arriveren. “Corporaties huisvesten in samenwerking met universiteiten en hogescholen op dit moment al respectievelijk 72 procent van de studiepuntmobiele studenten en 42 procent van de internationale diplomastudenten”, aldus Mourik.

Langer thuis wonen
Eerder deze week bracht Kences al naar buiten dat het totale aandeel uitwonenden de afgelopen twee jaar is gedaald van 53 naar 49 procent. Het aandeel uitwonenden onder eerste- en tweedejaars studenten nam met respectievelijk 30 en 25 procent af. Dit lijkt volgens Kences samen te hangen met de invoering van het nieuwe leenstelsel in 2015. “Meer dan de helft van de thuiswonende studenten die onder het nieuwe leenstelsel vallen, geeft aan nog thuis te wonen vanwege het studievoorschot”, zegt Mourik. “Desondanks blijven er grote tekorten aan kamers in diverse studentensteden. Dit komt omdat het aantal internationale studenten de komende jaren blijft toenemen. Bovendien verspreiden zij zich ongelijk in Nederland.”