Vandaag publiceert de Onderwijsraad zijn advies over het ontwerpbesluit lerarenregister. Hierin uit de raad zijn zorgen over hoe het lerarenregister vorm krijgt en daarmee zijn doel voorbij schiet. Het lerarenregister dreigt vooral een technisch-bureaucratische exercitie te worden, die ver afstaat van de leraren in de klas en van de praktijk binnen scholen. De raad benadrukt dat het oorspronkelijke doel van het register voorop moet blijven staan: een garantie dat leraren bekwaam zijn en blijven.

Prof. dr. Henriëtte Maassen van den Brink: “Het optuigen van ingewikkelde structuren en besluitvormingsprocedures met commissies en mandaten zal het lerarenregister in onvruchtbare aarde doen belanden.”

De raad is voorstander van de invoering van het lerarenregister. Een register met bevoegde leraren die blijven werken aan hun bekwaamheid, bevordert de kwaliteit van het onderwijs en draagt bij aan de status van het beroep.

De raad pleit voor een eenvoudige uitwerking van het register. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door voor herregistratie te werken met portfolio’s. Ook adviseert de raad om de bekwaamheidseisen goed te formuleren, zodat duidelijk is wat van een leraar verwacht mag worden. Hoe hij zijn bekwaamheid onderhoudt, hoort afgestemd te worden met het beleid van de eigen school. Bekwaamheidsonderhoud heeft namelijk pas echt effect op het handelen van de leraar en de onderwijskwaliteit als de opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk toegepast kunnen worden. Ten slotte vindt de raad dat de software voor het lerarenregister pas gebouwd kan worden als de criteria voor herregistratie duidelijk zijn. Software ontwikkelen voorafgaand aan de inhoud leidt bijna altijd tot tijd- en geldverspilling.