Mediawijsheid, waar heb je het over?

Tegenwoordig spelen kinderen van 3 jaar al met een I-pad. De peuters en kleuters groeien op in een mediawereld. Smartphones, tablets, tv, computers en games zijn niet meer weg te denken uit ieders leven, zeker niet uit dat van de allerjongste onder ons.
Peuters kijken dagelijks gemiddeld bijna drie kwartier televisie en kinderen boven de 8 jaar zijn per dag meer dan drie uur met media bezig. (GGD, 2013) Dit biedt veel mogelijkheden voor de jongeren, maar ze moeten er wel mee om leren gaan op een vroege leeftijd. Gebeurt dat wel? (Mediawijzer.net, 2012)

Mediawijsheid op scholen
Als er al aandacht wordt besteed aan mediawijsheid, is het vooral op het voortgezet onderwijs. Op basisscholen is dit nog minder. Ouders en docenten denken dat er te weinig tijd voor is en dat er belangrijkere dingen zijn om over te leren dan media. Terwijl mediawijs zijn, zeker in de huidige maatschappij, van groot belang is om de eigen kwaliteit van leven te vergroten én ervoor te zorgen dat je optimaal kunt deelnemen aan de wereld om je heen. Docenten en scholen moeten zich bewust worden van de noodzaak om kinderen te onderwijzen over mediawijsheid. Dit lijkt nu nog onvoldoende te zijn.

Uit een onderzoek naar mediawijsheid op scholen door Walraven blijkt dat de ruim de helft van respondenten, in totaal 80 respondenten, aangeeft dat mediawijsheid geen deel uitmaakt van het curriculum van de school. (Walraven, 2014) De reden tot geen aandacht voor dit onderwerp op basisscholen is dat er geen tijd voor is en docenten hebben het idee dat kinderen al genoeg over media weten, aangezien zij al met een tablet kunnen omgaan.
Scholen mogen zelf bepalen hoe zij hun onderwijs inrichten. Daarbij moet de school wel voldoen aan het behalen van een aantal kerndoelen die worden bepaald door het Ministerie van Onderwijs. In de huidige kerndoelen staat niets over media of social media Scholen bepalen zelf of en hoe zij aandachten besteden aan mediawijsheid. Wel bestaan er al een aantal ICT-matige kerndoelen. Basisschoolleerlingen moeten in staat zijn om:
- Zelfstandig informatie op te zoeken;
- Informatie en meningen te ordenen, te vergelijken en te beoordelen;
- Digitale bronnen als kennisbronnen te gebruiken.

Kennis onder docenten
Respondenten uit het onderzoek van Walraven geven aan dat zijzelf of collega’s weinig kennis hebben over mediawijsheid of dat zij alleen de negatieve kant van media willen benadrukken. Een deel van docenten op voortgezet onderwijs heeft bijna geen kennis van media. Hoe kunnen zij hier dan les over geven? Zij zijn 100% digibeet. Vaak zijn de middelen om te onderwijzen wel aanwezig, maar de kennis bij de docenten niet. Docenten krijgen bijna geen begeleiding. Docenten die niet meer in opleiding zijn, moeten zelf achter de stof aangaan. De leraren in opleiding krijgen cursussen op school. (Walraven, 2014)
Nick van Someren Brand geeft workshops op het gebied van mediageletterdheid voor volwassenen en zit in de eerste fases van het ontwikkelen van mediawijsheidsmodules. Volgens Nick wordt mediawijsheid alleen belicht door een schoolleiding of individuele docent wanneer die hier de relevantie van inziet. “Dit zijn er schrikbarend weinig. Er zijn zelfs veel docenten en schoolleiders die het begrip anno 2016 onjuist interpreteren of niet eens kennen. “

Scholen die zeggen met mediawijsheid bezig te zijn, geven niet per sé les over media, maar met media. Zij zien mediawijsheid vooral als het inzetten van nieuwe media in de les, zoals electronische leeromgevingen, digiboards en tablets. Dit mediagebruik is slechts een fragment van wat mediawijsheid eigenlijk inhoudt. Als het wél over media gaat, is dit vaak massamedia-analyse binnen de context van maatschappijleer. Hierbij wordt op geschiedkundige wijze gekeken naar de totstandkoming van de verschillende soorten massamedia en verschillende ontwikkelingen daarin. Gelukkig wordt er steeds meer aandacht gegeven aan aspecten als programmeren, websites bouwen en andere zogenaamde ‘21st century skills’. (Someren Brand, 2016)
Op basisscholen wordt voornamelijk aandacht besteed aan het vinden en verwerken van informatie en het gebruiken van apparaten, software en toepassingen. Er wordt weinig tot geen aandacht besteed aan het creëren van content en het begrijpen hoe media gemaakt worden.
Uit onderzoek blijkt dat er in de onderbouw van de basisschool vrijwel geen aandacht wordt besteed aan mediawijsheid. Het lesgeven over mediawijsheid op basisscholen is grotendeels absent als je kijkt naar wat mediawijsheid echt is. Hiervoor wordt vastgehouden aan het competentiemodel dat mediawijzer.net enkele jaren geleden geformuleerd heeft.
“Het valt op dat veel klassen geen les krijgen in het interpreteren van media. Veel leerlingen zijn bijvoorbeeld overtuigd van informatie die zij hebben gelezen op Facebook. Kritisch kijken naar de bron en het raadplegen van verschillende bronnen wordt nog niet genoeg toegepast. Ik heb nu twee lessen gegeven over kritisch kijken naar bronnen en was verrast over de naïviteit van de jongeren (12-16 jaar).” (Voogsgeerd, 2016)

Wat vinden de kinderen zelf?
Op basisscholen zijn de meeste kinderen geïnteresseerd in media. Ook omdat een groot deel hiervan deelneemt aan verschillende media, dus het onderwerp valt in de smaak. De manier waarop de les gegeven wordt is ook erg belangrijk. Laat kinderen het zelf ervaren en laat kinderen ook zien wat er goed of fout kan gaan.
Op middelbare scholen vinden het leerlingen het interessant. Zowel de lessen 'Kritisch Lezen' als het gebruik van media vinden zij leuk. Misschien omdat ze een bepaalde vrijheid hebben in hun handelen en zelf kunnen opzoeken wat ze willen. (Voogsgeerd, 2016)

Mediawijsheid wordt steeds significanter naarmate kinderen groep acht benaderen. Naar mijn idee is mediawijsheid-educatie van fundamenteel belang tussen het 10e en 16e levensjaar. Vanuit een mediageletterdheidsperspectief zijn media ons raam op de wereld en geven ze vorm aan wie wij denken dat we zijn, hoe we denken dat de wereld in elkaar steekt en wat onze rol daarin kan zijn. Tegelijkertijd is dat raam een soort transparante lachspiegel, die je iets anders laat zien als je de hoek waarin je naar buiten kijkt verandert. Wellicht een goedkope metafoor, maar dat neemt niet weg dat ‘waarheid’ iets subjectiefs is. Het enige wat wij als burgers en als onderdeel van de samenleving kunnen doen is zo veel mogelijk perspectieven innemen, om een zo compleet mogelijk beeld te vormen van de realiteit en daar onze mening en acties op te baseren. Hoe jonger we daar mee beginnen, hoe beter.

Bibliography
GGD. (2013). Kinderen en het gebruik van (sociale) media. Zaandam: GGD Zaanstreek-Waterland.
Kesselring, M. (2012). Scholen en (social) mediawijsheid: hoe stoppen we de digitale kloof? Frankwatching, 1.
Mediawijzer.net. (2012, april 26). Media Ukkies: mediaopvoeding voor peuters en kleuters. Opgeroepen op maart 23, 2016, van mediawijzer.net: http://www.mediawijzer.net/media-ukkies-mediaopvoeding-voor-peuters-en-kleuters/
Someren Brand, N. v. (2016, maart 10). Interview mediawijsheid. (I. Roovers, Interviewer)
Voogsgeerd, W. (2016, maart 21). Mediawijsheid. (I. Roovers, Interviewer)
Walraven, A. (2014). Mediawijsheid in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs: achtergronden en percepties. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen.

VorigeHoe ‘kleurenblind’ is het Amsterdamse onderwijs?
VolgendeTienduizend kinderen nemen deel aan online colleges RUG
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter