De Partij van de Arbeid wil jongeren langer op school houden, zodat ze met een diploma vertrekken. De leeftijd moet van 18 naar 21 jaar worden opgerekt. De MBO Raad, werkgeversorganisatie van roc’s, staat niet te juichen. En ook minister Bussemaker van Onderwijs ziet er niks in.

Nu hoeven achttienjarigen zonder startkwalificatie, zoals een mbo-diploma op niveau twee of een havodiploma, niet verplicht naar school.

Haken en ogen
Minister Bussemaker ziet niets in een verlenging, schreef zij in januari in een brief aan de Tweede Kamer. Er zitten te veel juridische haken en ogen aan en de kosten zijn te hoog vergeleken met de opbrengsten.

De MBO Raad sluit zich hierbij aan. “Scholen spannen zich al erg in, maar als jongeren niet gemotiveerd zijn op hun 18e dan zijn ze dat vaak ook niet op hun 21e”, laat de woordvoerder weten. “Roc’s hebben bovendien geen middelen om jongeren te verplichten naar school te komen en het gaat bovendien om een relatief kleine groep.”

Presentie
Ook Martinie Wolf, projectleider schoolverlaters van het Albeda College in regio Rijnmond, staat niet te springen bij het plan. “Het helpt beter als je kijkt naar presentie en jongeren zo in de gaten houdt. Wij doen dat nu bij achttien-plussers. Melden leerlingen zich vaak ziek, dan komt er iemand langs. Uiteindelijk hebben ze een ‘laatste kans gesprek’ met de gemeente. Dan kunnen ze nog terug naar school. Dat werkt heel goed.”

Een verlenging betekent, volgens haar, vooral administratieve rompslomp. “Wij moeten dat constant melden bij de gemeente en die ongemotiveerde leerlingen blijven hangen. Die steken dan vervolgens weer anderen aan. Dat werkt als rotte appels in een mand.”

De AOb vindt niet dat je jongeren boven de achttien kunt verplichten op school te houden. “Het onderwijs kan niet alles oplossen, dit is symboolpolitiek”, zegt AOb-sectorbestuurder mbo André Steenhart. “Hoe moet dit worden uitgevoerd en wie gaat dat controleren?”