De Algemene Onderwijsbond neemt kennis van de ondertekening van het Nationaal Onderwijsakkoord, dat vandaag door diverse partijen is gesloten. De grootste onderwijsbond stopte in juni met onderhandelen en is benieuwd naar de verdere inhoud. Vooralsnog biedt de informatie geen aanleiding om de ingenomen positie te heroverwegen.

AOb-voorzitter Walter Dresscher: 'Nederland heeft baat bij diepte-investeringen in het onderwijs. Het kabinet is dat echter niet van plan. Dat investeert niet, maar schuift met geld en stelt eisen die het onderwijs juist in een moeilijk vaarwater brengen. Tegemoetkomingen die de pijn zouden moeten verzachten, waren tijdens de onderhandelingen te bescheiden of zo geformuleerd dat men er altijd nog onderuit kan. Voor zover de AOb weet, is dat niet veranderd. De AOb is voorstander van een akkoord waarmee het onderwijs in relatieve rust aan een goede toekomst kan bouwen. Aan een akkoord waarmee het kabinet zijn magere ambities kan legitimeren, werken we niet mee.'

De AOb wil het beste onderwijs en is van mening dat dit alleen in zicht komt door te investeren in personeel. 'Leraren zijn door een jarenlange nullijn op achterstand gezet. Daardoor is de afgelopen jaren bijna anderhalf miljard op onderwijspersoneel bespaard. Leraren hebben te weinig te zeggen over de inhoud van hun beroep en kampen met een hoge werkdruk. Er is dus een grondige renovatie nodig. Mensen die twijfelen over een loopbaan in onze sector, kiezen daardoor vaak voor een carrière in een andere branche. Dat is zonde, want Nederland moet het hebben van een zo goed mogelijk opgeleide beroepsbevolking en is in die zin afhankelijk van goede leraren,' aldus Dresscher.

Toen de AOb na het aantreden van dit kabinet met de minister en de werkgevers om de tafel ging, hoopte Dresscher dat alle partijen beter onderwijs als einddoel hadden. 'Maar het kabinet had meer oren naar het schrappen van de ouderenregeling bapo en het invoeren van een leenstelsel voor studenten. De werkgeversorganisaties bleken niet bereid om leraren meer autonomie te geven om hun vak beter te kunnen uitoefenen. Als dat de doelen zijn, blijft de leraar een relatief slecht betaalde kracht die te veel hooi op zijn vork heeft en weinig te zeggen heeft over zijn taken. Voor hoogopgeleiden is dat geen wenkend perspectief.'

Dresscher houdt nog een kleine slag om de arm. ‘Wie weet is er een akkoord gesloten waarin jonge collega's uitzicht krijgen op een vaste baan, waarin oudere collega's de kans krijgen hun kennis over te dragen terwijl zij hun loopbaan afbouwen, waarin besturen zich dienend opstellen voor het primaire proces en waarin geld voorhanden is om in ieder geval een begin te maken met het dichten van het gat dat de afgelopen jaren is geslagen in de koopkracht. Maar het feit dat men de AOb tot nu toe het onderhandelingsresultaat niet wil tonen om ons alsnog te overtuigen, wekt argwaan.'