De komende jaren is er meer ruimte voor jonge docenten in het onderwijs, de werkdruk voor alle docenten moet lager worden en er komt meer ruimte voor nascholing. Dat staat in het maandag ondertekende Nationaal Onderwijsakkoord. Dit principeakkoord is ondertekend door minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker en de werkgevers en werknemers, verenigd in de Stichting van het Onderwijs.

Of de docenten in het onderwijs er ook in salaris op vooruitgaan, dus of de gewraakte nullijn na jaren van tafel is, wordt pas na Prinsjesdag duidelijk. De nullijn was voor de zomer een van de redenen voor onder meer de vakbonden AOb en CNV Onderwijs om uit het overleg te stappen. CNV Onderwijs schoof vorige maand weer terug aan de onderhandelingstafel. De AOb niet omdat die zich ook niet kan vinden in de voorgenomen plannen over de seniorenregeling.

'Het akkoord is een voorwaarde voor het vrijkomen van de intensiveringsmiddelen voor het onderwijs, oplopend tot 689 miljoen euro', zo schrijven de partijen in een toelichting op het gesloten akkoord. Maar omdat onderdelen hiervan samenhangen met de begroting van volgend jaar, die op Prinsjesdag bekend wordt gemaakt, kan de hele tekst van het akkoord pas na die derde dinsdag in september naar buiten gebracht worden. Daarna zullen de partijen in de Stichting van het Onderwijs het akkoord aan hun achterban voorleggen.

Wat nu wel al bekend is, is dat er een impuls komt voor de werkgelegenheid in het primair en voortgezet onderwijs, waardoor volgend jaar 3000 jonge leraren extra een baan kunnen krijgen of behouden. Ook wordt het lerarenregister verplicht: vanaf 2017 moet van iedere docent bekend zijn of hij of zij gekwalificeerd en bevoegd is.

Alle gemaakte afspraken op een rij:

• een impuls voor de werkgelegenheid in het primair en voortgezet onderwijs, waardoor in 2014 3000 jonge leraren extra een baan kunnen krijgen of behouden;
• tijd en middelen voor leraren voor nascholing;
• wettelijke verankering van het lerarenregister; in 2017 moet gewaarborgd zijn dat iedere onderwijsgevende gekwalificeerd en bevoegd is;
• versterking van de positie van de leraar onder andere door een professioneel statuut in het primair en voortgezet onderwijs waarmee de zeggenschap van onderwijsteams wettelijk wordt geregeld;
• vermindering van werkdruk en van administratieve verplichtingen voor de leraar; er komt een onderzoek naar administratieve rompslomp in het onderwijs;
• de inzet van de intensiveringsmiddelen voor het onderwijs uit het regeerakkoord, oplopend tot 689 miljoen euro.