Het Inspectierapport vorig jaar loog er niet om. Leerlingen van het Utrechtse Via Nova College werden in de grote leerpleinen niet actief betrokken bij het onderwijsproces. Het was niet uitdagend en de onderwijstijd werd niet efficiënt besteed. Hoe nu anders, dacht directeur Wim Boom van het Via Nova College. Hij schafte vorig schooljaar de leerpleinen af en ging terug naar meer structuur. De resultaten zijn dit jaar beter, maar betekent dit het einde van het leerplein?

Het leerplein van het Via Nova College, een middelbare school voor vmbo, hield in dat zo’n 60 tot 80 leerlingen in één ruimte vrij aan het werk gingen. De leerlingen hadden per week een lestaak en konden zelf indelen wanneer ze aan welk vak werkten. Daarnaast kregen ze workshops waarin leerkrachten de lesstof uitlegden.

Kritiek
De kritiek van de Inspectie zorgde voor een omslag. De school kreeg een onvoldoende voor de ‘actieve betrokkenheid van leerlingen bij het onderwijsleerproces’. Directeur Boom: “Er was teveel vrijheid. Maar 40 procent van de onderwijstijd werd effectief gebruikt.” Ook konden leraren zich vaak onvoldoende voorbereiden, volgens hem. “Soms hadden leerlingen maar één workshop per week in een vak dan kun je niet veel klassikaal begeleiden.” Of er liepen leraren Nederlands op het leerplein, terwijl de leerlingen met een ander vak bezig waren.

Geslaagd
Na de afschaffing van het leerplein is 99,1 procent van de examenleerlingen geslaagd. Volgens Boom wil dat niet zeggen dat het leerplein als onderwijsconcept slecht is. “Het goede slagingspercentage hoeft hiermee niets te maken te hebben”, zegt hij. “Als er een goed programma ligt en er gestructureerd wordt gewerkt en docenten weten wat er van ze wordt verwacht kan het werken.” Bovendien is het leerplein sociaal. Boom: “Kinderen met verschillende achtergronden komen met elkaar in aanraking. Maar voor de onderwijstijd is het weinig effectief.”

Op het Unic College, voor havo en vwo, in Utrecht is het leerplein er nog wel. “Het is belangrijk dat leerlingen goed leren organiseren”, zegt rector Dave Drossaert van Unic. Bij Unic zitten 75 leerlingen in één ruimte en moeten ze veel zelf doen, maar ze krijgen ook in kleinere groepen les.

Volgens Drossaert staat of valt het onderwijsconcept met de afspraken tussen docenten. “Zij weten welke doelen bereikt moeten worden, maar ook wat hun rol is en die moeten ze nabespreken.”

Onderwijsresultaten
Toch had Unic tegenvallende onderwijsresultaten. “Deze waren eerst niet voldoende, maar vanaf 2010 is de havo op orde. Voor het vwo is er een stijgende lijn ingezet”, zegt rector Drossaert. Unic blijft in het leerplein geloven. “Wij vertrouwen erop en zien dat het goed werkt.”

Domeinen
Ook het Amadeus Lyceum in Utrecht werkt sinds 2009 met het leerplein, alleen noemen ze het hier domeinen. “Wij hebben één ruimte voor 60 leerlingen waar docenten rondlopen, en een serre voor klassikale lessen voor 30 leerlingen”, zegt Carel Konings, rector ad interim van het Amadeus. Hij vindt dat de discussie niet goed wordt gevoerd. “We hebben veel meer ervaring met het klassikale leren. Het leren in domeinen is een nieuwe vorm. We moeten ontdekken hoe we tot resultaten komen.”

Volgens Konings gaat het op genoeg scholen wel goed. “Vaak zijn het kinderziekten als het minder gaat.” Toch erkent hij ook dat het soms lastig is. “Als een leerling individueel werkt is het moeilijker om zicht te houden op wat de leerling doet. Daarom besteden we meer tijd aan mentorgesprekken.” Ook zijn er afspraken gemaakt voor meer structuur. “Als er in het domein leraren Engels rondlopen, dan zijn leerlingen ook echt met Engels bezig. Daarna gaan ze pas verder met een ander vak.”

Leerproces
Het is een leerproces volgens de Amadeus-rector. “Slagingspercentages moet je niet vergelijken met het werken in een domein. Dat is de verkeerde vergelijking.” Toch kreeg het Amadeus Lyceum in het Inspectierapport van 2011 voor zowel de havo als het vwo het predicaat zwak. Wel schrijft de Inspectie in dat rapport dat sinds 2010 maatregelen zijn genomen om de effectiviteit te vergroten. Konings: “Het is een leerproces, Amadeus krijgt het steeds meer in de vingers.”