Gemeenten blijven voorlopig verplicht om het vervoer van leerlingen te betalen die vanwege hun geloofsovertuiging naar een basisschool gaan die ver weg van huis staat. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) aan de Tweede Kamer. Dekker wil de regeling uitkleden, maar door de leerlingendaling in het basisonderwijs vindt hij het nu niet het juiste moment. Eerst moet duidelijk zijn welke basisscholen open blijven, en pas dan moeten er volgens Dekker ‘passende maatregelen’ worden genomen.

De kwestie werd eind vorig jaar aangezwengeld door de FNP in Gaasterlân-Sleat. Die gemeente is jaarlijks 70.000 euro kwijt voor het vervoer van leerlingen naar reformatorische scholen in Zwolle en Emmeloord. Een motie van de FNP met de oproep om die vergoeding af te schaffen werd breed aangenomen. 150 gemeenten steunden vervolgens de oproep van Gaasterlân-Sleat bij de Tweede Kamer, die het besluit uiteindelijk moet nemen.

Ook in de Tweede Kamer is een meerderheid voor het afschaffen van de vervoersvergoeding. In februari werd een debat over dit onderwerp uitgesteld toen de SGP en ChristenUnie onderhandelden met coalitiepartijen PvdA en VVD over de woningmarkt. Mogelijk is bij het sluiten van het woonakkoord een afspraak gemaakt om dit onderwerp in de ijskast te zetten. Met name de SGP is fel tegenstander van het afschaffen van de regeling.

Dekker wil er op termijn wel van af. Hij schrijft dat het de vraag is of de overheid nog een rol moet blijven spelen in het vervoer op basis van geloofsovertuiging. Als de regeling wel behouden blijft, dan denkt Dekker aan maatregelen als het verhogen van de eigen bijdrage van ouders.