Vmbo-leerlingen tonen zich betrokken bij lezen en schrijven op school en verbeteren hun lees- en schrijfvaardigheid in de loop van het vmbo. Toch is het niet zo dat vmbo’ers die meer betrokken zijn, ook beter presteren of zich meer ontwikkelen dan klasgenoten die minder betrokken zijn. Dit blijkt uit het onderzoek van NWO-onderzoeker Ilona de Milliano (UvA), die op 24 mei op dit onderwerp hoopt te promoveren.

Betrokkenheid bij lezen en schrijven op school heeft te maken met houding, denken en gedrag in relatie tot lees- en schrijftaken. Ilona de Milliano volgde drie jaar lang 63 vmbo-leerlingen met lees- en schrijfachterstanden van tien verschillende scholen in de Randstad om na te gaan hoe betrokken zij zijn bij lezen en schrijven op school, en of verschillen in hun betrokkenheid onderlinge verschillen in lees- en schrijfontwikkeling verklaren.

Positiever dan verwacht

Ondanks dat de leerlingen moeite hebben met lezen en schrijven, toonden ze zich positiever over lezen en schrijven dan verwacht. Vooral hun sterke vertrouwen in hun eigen vaardigheden was opvallend. Ook werd duidelijk dat hun lees- en schrijfgedrag nog wel een oppervlakkig karakter heeft. Bij lezen kwamen ze niet veel verder dan oppervlakkig tekstbegrip en bij schrijven besteedden ze weinig aandacht aan retorische doelen en behoeften van de lezers. Wel verbeterden de schriftelijke vaardigheden van de vmbo’ers in de loop van het vmbo aanzienlijk. Deze bevindingen nuanceren stereotype beelden van vmbo’ers dat zij weinig betrokken zijn bij lezen en schrijven op school en dat hun lees- en schrijfontwikkeling stagneert.

Meer betrokkenheid leidt niet tot meer vooruitgang

Leerlingen die meer lees- en schrijfplezier hebben, leveren betere lees- en schrijfprestaties. Daarnaast blijkt dat het gebruik van bepaalde lees- en schrijfstrategieën door sommige leerlingen tot betere lees- en schrijfresultaten leidt. Een hoger zelfvertrouwen of betere inzet maakte echter geen verschil. Ook is niet aangetoond dat positiever ingestelde leerlingen en leerlingen die actiever meedoen in lessen Nederlands en Mens & Maatschappij meer vooruitgang boeken in de eerste drie jaar van het vmbo.

Taalonderwijs kan effectiever

Op zoek naar verklaringen onderzocht De Milliano het verband tussen betrokkenheid, vaardigheden en het taalonderwijs bij Nederlands en Mens & Maatschappij. Verrassend was dat een hogere betrokkenheid in het aangeboden taalonderwijs nauwelijks bijdroeg aan het verklaren van ontwikkeling. Alleen meer betrokkenheid in klassikale instructie bij Nederlands gericht op kennis van teksten en strategieën leverde een kleine bijdrage aan de schrijfontwikkeling. De Milliano: ‘Een verklaring kan zijn dat het taalonderwijs op vmbo nog voor verbetering vatbaar is. Zo vertoonde het weinig kenmerken van effectief taalonderwijs. Er was amper sprake van interactief en inhoudsgericht taalonderwijs. Als gevolg daarvan komt niet alles wat er in zit bij de leerlingen, er ook echt uit.’

Een agenda voor verbetering

De promovenda beveelt aan om taalonderwijs meer te koppelen aan de inhoud van andere vakken en aan wat leerlingen buiten school bezighoudt. Verder moeten vmbo’ers beter leren hoe ze hun eigen leerproces kunnen sturen met behulp van lees- en schrijfstrategieën. ‘Ook schatten ze hun vaardigheden vaak te hoog in. Hun zelfbeeld is wat dat betreft niet altijd even realistisch en dit leidt ertoe dat ze zich minder doelbewust inzetten dan eigenlijk nodig is.’ Tot slot adviseert De Milliano om in het onderwijs voldoende interactie tussen docent en leerlingen in te bouwen. ‘De docent kan op die manier lezen en schrijven maximaal stimuleren, voorbeeldgedrag tonen en controle houden op wat er geleerd wordt.’

Achtergrondinformatie

Het promotieonderzoek ‘Lees- en schrijfontwikkeling van vmbo-leerlingen: de rol van betrokkenheid bij lezen en schrijven op school’ is gefinancierd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, een onderdeel van NWO. De PROO maakt deel uit van het nieuwe Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).