Hoe kan het concept van Flipping the Classroom een hefboom zijn voor ander onderwijs? Een type onderwijs dat meer gericht is op zelfsturend leren en minder op traditionele kennisoverdracht? Dit is het inspirerende verhaal waarmee Rianne Tolsma, pabodocent aardrijkskunde op Hogeschool Iselinge, de derde goed bezochte Masterclass van Het Leren van de Toekomst aftrapt.

Hoe het begon
Rianne vertelt openhartig over haar zoektocht met Flipping. Een persoonlijk verhaal waarin ze niet deelt hoe het moet, maar haar eigen ervaring deelt en zo anderen inspireert om het concept zelf te verkennen. Een aantal belangrijke lessen komen voorbij.

Het is een verhaal dat niet gaat over filmpjes maken, op afstand toetsen en meten, maar over onderwijs zelf. Dat begint al bij haar eigen schoolervaringen. Bij klassikale instructie dook Rianne altijd achter andere leerlingen weg als een docent een vraag stelde, omdat ze zelf niet altijd het tempo volgen kon. Met als gevolg het probleem hoe ze wel zou kunnen aanhaken.

Vervolgens ging ze zelf werken als docent op een middelbare school waarbij ze werkte uit de methode. De leerlingen een hoofdstuk laten lezen, vragen erover stellen, toetsen en dan verder naar het volgende hoofdstuk. Ook de leerling met een 4 voor de toets over het hoofdstuk ervoor. En ook daar klopte iets niet.

Tot slot heeft ze nu de ervaring als pabodocent: geen methode meer, maar nog steeds de vraag hoe je kunt differentiëren, de student centraal kan zetten en op kennisconstructie gericht kan zijn. ‘Flipping the Classroom’ leek een oplossing en onderzoek toonde aan dat blended learning werkt. Dit gaf Rianne het vertrouwen om het experiment aan te gaan.

Het doel centraal en niet het middel
Rianne vertelt hoe ze de verleiding overwon om niet te starten met filmpjes maken, maar om vast te houden aan het doel, zoals onder andere het differentiëren. Om te weten hoe te differentiëren zet ze een toets uit onder de studenten. Daarbij maakt ze een koppeling met de taxonomie van Bloom, maar dan omgekeerd: creëren als doel en de rest als voorwaarde. Vanuit de wil om iets te creëren start het leren en alles wat daarvoor nodig is, volgt vanzelf.

De toets geeft aanknopingspunten voor differentiatie, zoals blijkt uit de tabel. Hoewel Rianne per niveau een doel formuleert is haar uiteindelijke doel voor alle studenten: zelfregulatie op leerproces.

Ze vertelt hoe ze begon alle inhoud van de kennisbasis op te nemen in flipping filmpjes van 20 minuten. Veel te lang, maar in 5 minuten lukte het ook niet om de inhoud erin te persen. Toen is ze naar Prezi overgestapt. Eerst voor alleen het havo 3 niveau, waarbij ze voor de lastige stukken voor < havo 3 filmpjes uit de Schooltv beeldbank haalde. Nu uitproberen op de pabostudenten.

Het resultaat
Wat bleek? Alle studenten hadden met plezier vooraf de prezi bekeken. Niet iedereen bekeek de extra filmpjes voor het < havo 3 niveau. Een opbrengst die de verwachtingen overtrof, want lang niet iedereen bekijkt dezelfde stof uit een boek van tevoren. Het precieze antwoord wat het verschil is tussen een boek en een Prezi vooraf laten bestuderen is Rianne nog niet bekend, maar ze denkt dat factoren als het op elke plaats en tijd op je mobiele device kunnen bekijken en het speelse en overzichtelijke karakter van Prezi daar een rol in spelen.

Voor verdieping gaf een deel van de studenten aan dat een artikel wenselijk zou zijn. Voor het niveau > havo 3 werd een artikel toegevoegd. Maar langzaam ontstond het onderscheid om de studenten thuis met een Prezi te laten focussen op de lagere orde thinking skills (onderin de originele taxonomie van Bloom) en in klas op denkvaardigheden van hoger niveau zoals analyseren, evalueren en creëren, onder andere door in de les de nadruk te leggen op werkvormen.

Hierbij ontstond bij Rianne de vraag: wil je als docent vooraf wel controleren of het huiswerk gedaan is? Een andere manier waarop ze dit benaderde was door het huiswerk niet alleen te beperken door het laten kijken of lezen van stof, maar studenten ook al vragen te laten stellen over een thema en ze deze online onderling uit te laten wisselen.

In de klas werd geoefend met werkvormen en studenten kregen de vraag: wat zou jíj nog meer willen weten over het onderwerp? Een vraag die lastig was voor studenten, maar voor Rianne het belangrijkst, omdat het aanzet tot nadenken over het eigen leren.

Zo maakte Rianne Tolsma de Masterclass deelnemers deelgenoot van haar reis naar ander onderwijs, mogelijk gemaakt met ict. Bekijk zelf de Prezi.

Workshops
Ne de inspirerende opening van Rianne gingen deelnemers aan de slag met 3 workshops. In een workshop liet Rianne Tolsma deelnemers nadenken over hoe een les omgebouwd kan worden naar een flipped mastery les aan de hand van het geflipte-les-model van Gerstein.

In een tweede workshop liet Jos Tiel Groenestege van Iselinge deelnemers nadenken hoe innovaties als het flipped mastery model geïmplementeerd kon worden op een school: wat betekent dat voor de visie en missie van de school, voor de leidinggevenden, voor de docenten en voor de studenten/leerlingen? Naast een introductie over innovatie ging men daar aan de slag met de visieversneller van Kennisnet.

En in een derde workshop liet Kennisnet collega Erik Woning deelnemers zien hoe ze zelf met tools als Camtasia en Educreations aan de slag kunnen met het maken van goed materiaal voor ‘geflipte lessen’.

Zelf op reis?
De Masterclass werd afgesloten met 5 minuten nadenktijd voor deelnemers over de vraag wat ze wilden bereiken over 5 dagen, 5 weken en 5 maanden. Misschien kun je zelf met deze richtingwijzers ook je eigen reis uitstippelen naar ander onderwijs met ‘Flipping the Classroom’. Heb je nog vragen: reageer!