Dat het kabinet extra aandacht heeft voor het tegengaan van pesten op scholen, krijgt over het algemeen bijval in het onderwijs. Maar om dat dwingend vast te leggen in een wet gaat menig schoolleider te ver. “Het heeft toch iets van symboolwetgeving”, verwoordt rector Joost Kentson van het Oosterlicht College het gevoelen van zijn collega’s. We spraken met vier scholen over de plannen van Dekker.

Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) kondigde op 25 maart 2013 een wetsvoorstel aan waarin is vastgelegd dat scholen verplicht zijn om goedgekeurde pestprogramma’s uit te voeren en dat de inspectie nog strenger gaat toezien op naleving ervan.

Directe aanleiding voor het wetsvoorstel is de zelfdoding van twee jongeren, die het slachtoffer waren van pesten. Deze gebeurtenissen zorgden voor ophef in de media. Dekker belegde daarop rondetafelgesprekken met allerlei betrokkenen om de problematiek beter in beeld te krijgen. Vier reacties uit het onderwijs.

Joost Ketson, rector Oosterlicht College Vianen/Nieuwegein

“Ik heb er mijn twijfels over of wetgeving het geëigende middel is. De staatssecretaris heeft gezegd dat sommige scholen er een potje van maken. Dat wil ik best geloven, maar er zijn heel veel scholen die het tegengaan van pesten wel op orde hebben. Mij lijkt het veel zinvoller dat scholen van elkaar leren, in plaats van dat als overheid van boven te willen regelen.”

“Mijn tweede bezwaar is dat de staatssecretaris het heeft over methoden die bewezen effectief zijn. Ik wil hem wel een beetje uit de droom helpen. Wij doen als Oosterlicht College heel veel tegen pesten en het werpt zijn vruchten af. Maar ik durf te zeggen: het voorkomt desondanks pesten niet. Helaas wekt de staatssecretaris met het voorstel de indruk dat je met wetgeving pesten helemaal uit kunt bannen. Het heeft toch wat van symboolwetgeving.”

“Elk pestgeval is er een teveel, dat is duidelijk. Maar het beeld in de media is dat pesten een zeer groot probleem is op elke school. Dat is niet de werkelijkheid. Voor de staatssecretaris is dat beeld wel aanleiding om forse maatregelen te nemen, hij schiet een beetje uit de heup. Verder wil ik nog opmerken dat de inspectie al toezicht houdt op een veilig schoolklimaat. Dat is ook altijd een vast onderwerp in het overleg met de inspectie. Dus waarom nog meer regels?”

Jonne Gaemers, voorzitter college van bestuur van Tabijn (26 basisscholen in Noord-Holland)

“Pesten is een ernstig probleem dat we zeer serieus nemen. Vraag is wel of je het op landelijk niveau moet regelen. Het is vooral aan leerkrachten om dat binnen de school aan te pakken, daar doet pesten zich voor. Daar niet alleen trouwens, ook daarbuiten. Het tegengaan van pesten is dus niet alleen een verantwoordelijkheid van het onderwijs.”

“Je kunt ook vraagtekens plaatsen bij pestprotocollen. Dat zijn toch niet meer dan afspraken op papier, uiteindelijk gaat het om het handelen in de klas. We hebben zelf geconstateerd dat op scholen waar een pestprotocol en een helder beleid is ten aanzien van pesten er zich toch problemen kunnen voordoen. Omgekeerd hebben we meegemaakt dat een school zonder protocol problemen goed heeft aangepakt door leerkrachten die handelen vanuit hun eigen professionaliteit en hun eigen gevoel.”

Dat het wetsvoorstel ook voorziet in een keurmerk van methodes die bewezen hebben dat ze effectief zijn, vindt collegevoorzitter Gaemers geen punt. Op voorwaarde dat er ruimte is voor scholen om eigen keuzes te maken. “Het kan niet zo zijn dat de overheid dat met voorschriften dichttimmert.”

Gaemers herinnert aan de uitkomsten van de parlementaire onderzoekcommissie Dijsselbloem naar de onderwijsvernieuwingen. Een van de conclusies was dat de overheid gaat over het wat, en de scholen over het hoe. En die boodschap moet Dekker nu ter harte nemen, vindt de collegevoorzitter van Tabijn.

Jan Boomsma, Spiritscholen (acht scholen in o.a. Diemen)

“Pesten kan beter aangepakt worden dan nu gebeurt. Scholen besteden er al veel aandacht aan, maar wat werkt wel en wat niet? Ik zie dat veel leerkrachten het erg moeilijk vinden om de signalen van pesten goed te herkennen en snel en adequaat in te grijpen. Scholing zou wat dat betreft goed zijn.”

“Dus het is goed dat staatssecretaris laat onderzoeken welke programma’s effectief zijn. Maar is daar een wet voor nodig? En waarom daar niet eerst over in dialoog gaan met het veld? Er is nu al de verplichting om voor elk kind een veilige schoolomgeving te creëren. Laat scholen toch de vrijheid om goed onderwijs te bieden waar kinderen zich veilig voelen.”

“De staatssecretaris moet ons dus meer loslaten in plaats van regels op te leggen. En er is nog een ander punt, pesten doet zich ook buiten de school voor, wie is dan verantwoordelijk? Kinderombudsman Dullaert zegt dat één op de tien kinderen gepest wordt. Dat zouden bij ons ongeveer tweehonderd kinderen zijn. Die signalen hoor ik niet van mijn directeuren.”

“Mijn bezwaar tegen wetgeving is ook dat er nu een nieuwe opdracht bij het onderwijs wordt gelegd. Ik vraag me af wat eigenlijk de prioriteiten van de overheid zijn? En dan is er nog het risico van juridisering door het aanpakken van pesten zo vast te leggen in een wet.”

Margriet Beekman, docent, zit met collega’s in meldpunt pesten van SG Pieter Zandt in Kampen

“Op zich heb ik er geen moeite mee dat de aanpak van pesten verplicht wordt gesteld. Maar de invulling ervan is aan de scholen zelf. Wij werken met het programma 'No Blame' en hebben daar goede ervaringen mee. Of het effect van dit programma wetenschappelijk is bewezen weet ik niet. Het zou wel jammer zijn als we dat niet mogen gebruiken omdat het geen keurmerk heeft. Aan de andere kant zijn wij wel zo professioneel om er mee te stoppen als zou blijken dat het niet werkt. Maar nogmaals, wij zien wel resultaten.”

“Wij merken bij het meldpunt dat we het drukker hebben dan voorgaande jaren. Of het pestprobleem groter is geworden weet ik niet. Het kan ook zijn dat er meer meldingen komen door de aandacht die er in de media is. En ouders zijn er alerter op. Pesten is van alle tijden en je zult het nooit helemaal kunnen voorkomen. Belangrijk is dat er orde en structuur is in de klas, dat je als docent een veilige omgeving creëert. Dan komt pesten minder voor.”