Er wordt ’bespottelijk’ veel gevraagd van kleuters op de basisschool en dat wordt alleen nog maar meer. Daardoor groeit de kans dat ze problemen ontwikkelen als schoolangst, faalangst, poepen en plassen in hun broek, pesten en de gedragsstoornis ADHD. Hun leerkrachten worden er eveneens ongelukkig en gefrustreerd van. Zij zien dat de kinderen het niet aankunnen en veel van hun werk nutteloos is.
Dat stelt een groep van zo’n 450 onderwijskrachten die met kleuters werken, oud-onderwijzers en ontwikkelingspsychologen. Zij hebben zich verenigd in de Werkgroep en Steungroep Kleuteronderwijs en bieden vandaag een zwartboek aan de Tweede Kamer aan. Daar staan ruim honderd ’treurige’ praktijkverhalen in van leerkrachten.

„Kleuters moeten letters leren terwijl ze daar nog helemaal niet aan toe zijn”, zegt ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet. „Het is bespottelijk. Het kost heel veel tijd hen letters te leren, terwijl ze dat weer vergeten na een zomervakantie. Kleuters moeten spelen, klimmen, klauteren, bewegen. Dat is hun ontwikkelingsfase. Daar moet rekening mee worden gehouden. Ze kunnen niet lang stilzitten. Dat kan mede tot onrust en ADHD leiden. Onderwijskrachten die met hen werken, weten dat veel werk tevergeefs is.”

„Het enige wat we moeten doen, is een kleuter een kleuter laten zijn, zo eenvoudig is het. Op 4- en 5-jarige leeftijd zijn ze nog niet klaar voor de eisen van rekenen en taal die nu aan hen worden gesteld. Kleuters krijgen zo een hekel aan school, terwijl kinderen van nature zeer nieuwsgierig zijn.” Oud-onderwijskracht Elly de Wildt is samenstelster van het rapport en lid van de werkgroep. Zij verzamelde in een jaar tijd de ruim honderd verhalen waarin de schrijnende voorbeelden van de onderwijskrachten staan beschreven. „Toen ben ik gestopt en hebben we er een zwartboek van gemaakt.”

Ze vindt het ongelofelijk dat ’veel scholen’ zelfs méér eisen stellen aan de kleuter dan volgens de schoolinspectie dan nodig is. „Ze zijn bang voor een slechte beoordeling en om als zwakke school te boek te staan. Intussen zitten de leerkrachten dagelijks de beoordelingen te maken van de jonge leerlingen, terwijl ze kinderen in het spelen zouden moeten faciliteren. Er is zoveel haast bij. ”

Die haast is niet alleen schadelijk maar ook nutteloos, zeggen Vervaet en De Wildt. Vervaet: „Het is alsof je een fundament van cement niet laat opdrogen en er al op gaat bouwen. Vroeger of later komen er problemen. Dat horen we terug in de bovenbouwklassen.” Volgens De Wildt heeft de schoolinspectie zeker oren naar de kritiek. Zij hoopt met de ontwikkelingspsycholoog ook dat ouders zich verenigen met de eis dat hun kind mag uitkleuteren. „Daar is de politiek gevoelig voor.”