De overheid moet geld op tafel leggen om duizenden jonge leerkrachten direct aan een baan in het basisonderwijs te helpen. Dat stelt CNV Onderwijs, die groot alarm slaat omdat er sprake is van een dramatische leegloop. Vanaf 2014 verdwijnen opnieuw duizenden banen als gevolg van bezuinigingen, vergrijzing en toename van krimpgebieden.

„De uitstroom van docenten is ongekend fors. Daarom vragen wij de overheid om geld uit te trekken voor zogeheten bovenformatief aannamebeleid. Dat plan behelst om toch jonge leerkrachten te benoemen, ondanks het feit dat scholen geen geld meer hebben. Op die manier zitten we straks niet zonder docenten en help je pabostudenten direct aan een baan”, zegt bestuurder Joany Krijt.

De onderwijsbond spreekt van een zeer ’zorgwekkende’ situatie. „De afgelopen vijf jaar zijn er al 10.000 banen verloren gegaan in het primair onderwijs. De komende twee jaren komen daar nog eens 6000 bij”, zegt Krijt.

De PO Raad, de werkgeversorganisatie van basisscholen, en de Algemene Vereniging van Schoolleiders, zijn eveneens doordrongen van de hachelijke situatie.

Vanaf 2017 worden de grootste problemen verwacht, omdat als gevolg van de vergrijzing duizenden leerkrachten met de vut zullen gaan. In dat jaar is er een tekort aan leraren van bijna 2000 banen. „En rondom dat keerpunt zullen schoolleiders schreeuwen om nieuw personeel dat er dan niet is. Pabo’s lopen leeg omdat jongeren merken dat er in het onderwijs steeds minder werk is. Afgestudeerde pabostudenten laten zich nu massaal omscholen”, zegt Krijt.

Het probleem zou volgens haar al opgelost zijn als oudere leraren gestimuleerd worden vervroegd met pensioen te gaan. Maar het kabinet wil juist langer doorwerken stimuleren. Daarom geeft de overheid een boete van 52% op het bedrag dat schoolbesturen aan oudere leraren geven om hun lagere pensioen aan te vullen. Hierdoor wordt eerder stoppen om ruimte te maken voor jongeren juist ontmoedigd in plaats van aangevuld.

In het voortgezet onderwijs (VO) stapelen zich de problemen intussen ook op. Er is een groot gebrek aan docenten voor exacte vakken zoals wiskunde, maar ook Duits. „In het VO is er sprake van een kwalitatief probleem. Leerlingen krijgen geen garanties of ze die vakken nog wel kunnen volgen”, zegt Krijt.