16 januari 2013 - 17:08 | Een versterking van de professionele dialoog tussen Onderwijsinspectie en schoolbesturen over de opbrengsten is de beste manier om tot een inspectiebeoordeling te komen. Een aanpassing van de huidige systematiek door de opleiding van alle ouders als correctiefactor te gebruiken is ingewikkeld en voegt naar verhouding weinig toe.

Dat schrijft staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer. In het onderwijsveld bestaan al langer gevoelens van onvrede over de wijze waarop de inspectie de leerresultaten beoordeelt. Scholen zijn van mening dat daarin te weinig de specifieke samenstelling van de populatie wordt betrokken en het oordeel daarom niet altijd recht doet.

De inspectie gebruikt in het huidige systeem het percentage leerlingen met een leerlinggewicht om het oordeel te corrigeren. Deze leerlingen zijn met een achterstand aan het onderwijs begonnen.

Meer werk
Echter, bij het bepalen van het leerlinggewicht wordt alleen rekening houden met ouders van het laagste opleidingsniveau. “Door de correctie is de norm voor voldoende opbrengsten dus niet voor alle scholen hetzelfde”, aldus de staatssecretaris. Onderzocht is nu of de correctiemethodiek verfijnd kan worden door de opleiding van alle ouders in ogenschouw te nemen.

Het onderzoek wijst uit dat op deze manier het inspectie-oordeel wel iets zuiverder is, maar de winst is beperkt. De uitkomst van het onderzoek is dat het in acht nemen van de opleidingsniveaus wel tot een iets zuiverder inspectie-oordeel leidt, maar de winst is beperkt.

Daar komt bij dat de gegevens over de leerlinggewichten nu beschikbaar zijn, maar dat de opleidingsniveaus van alle ouders speciaal verzameld moeten worden. En dat zadelt de scholen weer op met extra werk. Bovendien wordt de beoordelingssystematiek voor scholen ingewikkelder en minder transparant. In het huidige model kunnen scholen ruim van tevoren vaststellen wat de minimumeis is voor de leerresultaten, die de inspectie bij haar toezicht hanteert.

Risicoanalyse
Al met al is de conclusie alles bij het oude te laten. De inspectie zegt daarover in het onderzoeksrapport: “Een beter alternatief lijkt in te zetten op een professionele dialoog van schoolbesturen met de inspectie.

Als besturen van oordeel zijn dat op een school die als onvoldoende uit de risicoanalyse komt sprake is van bijzondere omstandigheden in de leerlingpopulatie, die afwijken van de beslisregels door de inspectie rechtvaardigen, kunnen zij hun visie beargumenteerd met de inspectie bespreken. De inspectie kan dan in haar oordeel eventueel beredeneerd afwijken van de beslisregels.

Deze aanpak past in de systematiek waarin schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijs in hun scholen en zich daarover verantwoorden.”