Ontwerpers en onderwijzers zijn beiden vormgevers van de toekomst. Een ontwerper drukt dit uit in een fysiek product, een docent of leerkracht in de lessen die hij of zij doorgeeft aan een volgende generatie. Mede vanuit die overeenkomst is Design Thinking for Educators uitgebracht. Bij het project Het Leren van de Toekomst hebben we ons door deze methodiek laten inspireren.

In deel 1 van deze post heb ik een introductie gegeven op design denken als mindset. Het is met name een houding van bewust zijn van de wereld om je heen, je invloed daarop en het actief bijdragen aan een wenselijke toekomst. Die mindset wordt in Design Thinking for Educators verder omschreven aan de hand van vier kenmerken: het zet de mens centraal, het gaat uit van samenwerking, is experimenteel en optimistisch. Ik zou er zelf, als oud-ontwerper, nog een vijfde aan willen toevoegen: verwondering.

De mens centraal

Een ontwerper moet zich inleven in de motivaties en behoeftes van de mensen die zijn producten gaan gebruiken. Door het perspectief van de mensen centraal te zetten kom je tot succesvolle oplossingen. Het succes van Apple’s producten iPod, iPhone en iPad is met name te danken aan de gebruiksvriendelijke interface.

In het onderwijs wordt nog veel gedacht vanuit de traditionele rolpatronen. Een docent hoort te weten en te doceren, een leerling te luisteren en huiswerk te maken. De behoeftes kunnen in veel gevallen heel anders zijn. Als deze wederzijds gehoord worden zijn er andere oplossingen mogelijk die onderwijs effectiever, efficiënter én leuker maken. In de vorige post vind je een uitgebreid voorbeeld van de rol van docenten en studenten als mede-ontwerpers van een nieuwe leeromgeving.

Samenwerking

Ontwerpen is teamwork waarin veel disciplines samenkomen, zeker als het gaat om serie- of massafabricage. Onderwijzen is nog altijd een vrij solitair beroep. Als het gaat om voorbereiden van lessen wordt er niet vaak samengewerkt, zeker niet tussen docenten van verschillende vakken.

In Het Leren van de Toekomst wordt over elk onderwijsvraagstuk meegedacht door tenminste één andere docent. Deze combinatie van perspectieven zorgt voor verrassende oplossingen. Zo ontwerpen een docent aardrijkskunde en een docent beeldende vorming samen omgevingsonderwijs waarbij met behulp van gps door leerlingen de omgeving wordt verkend aan de hand van landschappen en kunst, natuur én cultuur.

Experimenteel

Er rust een groot taboe op experimenteren in onderwijs. Geen ouder wil dat zijn of haar kinderen als proefkonijn gebruikt worden. Maar in hoeverre zouden we leerlingen niet minstens zo veel schade aan doen als we het onderwijs altijd bij het oude laten zonder ooit wat nieuws uit te proberen?


Ontwerpers maken schetsen, mock-ups en bouwen meerdere prototypes die uitgebreid getest worden lang voordat een product op de markt verschijnt. Docenten zouden ook de ruimte moeten krijgen en nemen om in het klein te experimenteren met nieuwe methoden of toepassingen. In Het Leren van de Toekomst zijn een aantal docenten voor 10% van hun tijd vrijgemaakt om experimenten uit te voeren met meerdere innovatieve ict-toepassingen als antwoord op een eigen onderwijsvraagstuk.

Optimisme

Het vierde en laatste kenmerk dat in Design Thinking for Educators wordt genoemd is optimisme. Design denken is gebaseerd op de overtuiging dat iedereen in staat is om een bestaande situatie opnieuw vorm te geven in positieve zin, vanuit de creativiteit die inherent is aan elk mens. Vaak blijkt dat er ondanks beperkingen al heel veel te realiseren is. Soms zelfs wel dankzij beperkingen omdat ze je dwingen iets slimmer op te lossen. Inzet van ict maakt het voor een docent aardrijkskunde Rianne Tolsma mogelijk om via Flipping the classroom iedereen met hetzelfde niveau te laten starten in de spaarzame lesuren. Door studenten zelf met ict aan de slag te laten gaan zorgt wiskundedocent Marian Steverink ervoor dat haar studenten en zijzelf met meerdere toepassingen tegelijk kennismaken om meetkundeonderwijs te verrijken.

Een vijfde kenmerk: verwondering

Zelf zou ik een vijfde kenmerk willen toevoegen dat kenmerkend is voor de houding van ontwerpers en van minstens even veel belang kan zijn voor onderwijzers als de andere vier kenmerken: verwondering. Een ontwerper vraagt zich bij alles om hen heen constant af: hoe werkt dit?, waarom werkt dit zo?, waartoe dient dit eigenlijk?, hoe zou het zijn als …?, waarom is er nog geen …?, etcetera.

Klinkt vermoeiend, maar onbewust doen we dit allemaal. Een goed ontwerp zorgt er namelijk voor dat we ons deze vragen niet meer hoeven te stellen. Omdat duidelijk is waartoe een product dient en hoe we het voor ons kunnen laten werken. Zelfs bij zoiets simpels qua functionaliteit als een mes kan het nog misgaan. Bij het linker mes hieronder is het totaal onduidelijk wat de scherpe kant van het mes is. Bij het rechter mes kan hier nauwelijks misverstand over ontstaan. Het is direct duidelijk waartoe het dient en hoe we het moeten hanteren.

Innovatiekracht

Nu is onderwijs vele malen complexer om te ‘ontwerpen’ en wordt een veel breder scala aan ‘functionaliteit’ gevraagd. Bovendien is de omgeving continu aan verandering onderhevig en is er dus altijd wel iets om over te verwonderen en dus te verbeteren, dat is een feit. Houding is de hefboom voor verandering.

Een houding die de mens centraal zet, die uitgaat van samenwerking, experimenteren, optimisme en verwondering kan onderwijzers helpen zichzelf te blijven vernieuwen, met de tijd mee te gaan, te innoveren. Het activeert de innovatiekracht. Een vermogen dat hard nodig is om onderwijs toekomstgericht te maken en te houden.