Benjamin Bloom publiceerde in 1984 over zijn zogenaamde ’2 sigma’ probleem. Hij had namelijk ontdekt dat een doorsnee student die één-op-één les krijgt twee standaarddeviaties hoger presteert dan een doorsnee student die op de conventionele manier les krijgt in een klas van 30. Daarnaast bleek dat 90% van de één-op-éénleerlingen even goed presteerden als 20% van de toppresteerders van de groep die traditioneel les kregen.

Eén-op-éénonderwijs kent natuurlijk een groot probleem. Het is namelijk onmogelijk om naast ieder kind een docent te zetten. Met deze tegenstrijdigheid is professor Han van der Maas aan de slag gegaan en Rekentuin en Taalzee zijn de vruchten van zijn onderzoek. Dankzij ict kan kun je zo dicht mogelijk bij één-op-éénonderwijs komen. Hierover sprak Han van der Maas tijdens Dé Onderwijsdagen in zijn sessie.

Software personaliseert

De programma’s Rekentuin en Taalzee moeten de docent naast iedere individuele leerling van het experiment van Benjamin Bloom vervangen. Oftewel, het moet zich continu aanpassen aan het niveau van het kind en het moet inspelen op de feedback van leerlingen. De verschillen tussen leerlingen zijn namelijk enorm, zo is gebleken. Zo’n 20% van een groep 4 scoort boven het gemiddelde van groep 5. En ongeveer 10% van een groep 4 scoort boven het gemiddelde van groep 6. Als een docent voor de klas niet op deze verschillen kan inspelen, en één docent per leerling niet haalbaar is, dan moet software soelaas bieden.


Dit is wat Rekentuin en Taalzee poogt te bereiken. In de kern zijn het digitale schriftjes waarin geoefend wordt. Maar dan wel een schriftje dat afgestemd is op de leerling. Spelenderwijs oefenen leerlingen in Rekentuin en Taalzee.

Leerling versus de vraag

Slechte vragen bestaan niet, maar goede vragen wel. Daarom bevat Rekentuin een nieuw soort scoringsmechanisme. Niet alleen kunnen leerlingen punten verdienen per goed antwoord, maar ook de vragen moeten zich bewijzen. Een vraag waar de leerling nog niet aan toe is, is een vraag op het verkeerde moment. Zo blijkt 80+10 makkelijker voor leerlingen dan 8+9. Waarom wordt de eerste som dan altijd later behandeld in de klas? Als een kind een vraag fout beantwoord, dan wint de opgave afhankelijk van de rating van het kind. Dit systeem vinden we ook in de schaakwereld terug.

Het begin

In zijn presentatie op Dé Onderwijsdagen gaf Han van der Maas aan dat Rekentuin en Taalzee nog in het begin van hun ontwikkeling staan. Desondanks zijn al 700 scholen aan de slag gegaan met Rekentuin en worden er gemiddeld 500.000 sommen per dag gemaakt. In de toekomst wordt er gewerkt aan terugkoppeling wanneer leerlingen fouten maken. Daar is nu nog een docent voor nodig. Ook moeten docenten een beter inzicht krijgen in de fouten die leerlingen maken.

Tot die tijd duikt Han van der Maas in alle data die het gebruik van Rekentuin oplevert om te kijken hoe we Benjamin Bloom’s 2 sigma probleem kunnen oplossen met ict.

VorigeDe leerling centraal Echt waar?
VolgendePassend onderwijs: principeakkoord OCW, vakorganisaties en werkgevers
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter