20 november 2012

Sectororganisaties, vakbonden en het Ministerie van OCW hebben in goed overleg een concept landelijk kader afgesproken voor de opvang van de personele gevolgen die resulteren uit het verleggen van geldstromen in het nieuwe stelsel passend onderwijs (zie bijlagen). Het kader moet richting geven om maatwerk op lokaal niveau mogelijk te maken in overleg tussen samenwerkingsverbanden, (v)so besturen en vakorganisaties. Doel van de overeenkomst is om zoveel mogelijk expertise te behouden en meer preventief in te zetten in het nieuwe stelsel passend onderwijs.

Partijen kunnen in drie fases tot een gezamenlijke oplossing komen. In fase 1 en 2 wordt een koppeling gemaakt tussen het vinden van een gezamenlijke oplossing voor het personeel en het beschikken over middelen voor ambulante begeleiding (opting out en verplichte herbesteding).
Indien er door het samenwerkingsverband geen afspraken zijn gemaakt in de eerste twee fases, dient er alsnog overleg over betrokken personeel plaats te vinden met hun werkgevers. Dit wordt vastgelegd bij AMvB.

In de brief die de minister afgelopen weekend stuurde over dit onderwerp (zie bijlage), wordt gesproken over een bereikt akkoord, dit is incorrect: het is een principeakkoord dat met positief advies zal worden voorgelegd aan de leden van de PO-Raad. Er is echter nog niet getekend. De tekst op de website van passendonderwijs.nl (van OCW) zal zo spoedig mogelijk worden gecorrigeerd. Het principeakkoord wordt op 14 december a.s. besproken in de arbeidsvoorwaardencommissie van de PO-Raad. Daarna legt het bestuur van de PO-Raad het akkoord, met het advies van die commissie, voor aan de leden voor een schriftelijke consultatieronde.

Trefwoorden:

Passend onderwijs, Werkgeverszaken, Bekostiging