Onlangs hoorde ik het weer een keer: 'je moet het spelen van kinderen niet de school in halen: dan haal je het plezier eruit'. Ik kan me bij die opmerking alles voorstellen: meestal worden privé-activiteiten en hobby's niet leuker als je er allerlei verplichte leerdoelen aan koppelt. Naar een pretpark gaan vinden de meeste kinderen leuk, maar het wordt vast minder leuk als je na afloop van het bezoek een verslag daarvan moet maken waar je een cijfer voor krijgt. Toch ben ik ervan overtuigd dat het wel mogelijk is om onderwijs te maken van activiteiten die leerlingen buiten de school ontplooien en interesses die ze hebben, maar het lukt alleen als je daarbij rekening houdt met de volgende zaken.

Vrije keuze

Om in de les voort te borduren op privé activiteiten, hobby's of interesses die kinderen hebben, zal er om te beginnen sprake moeten zijn van vrije keuze van de leerling. De leerling moet de vrijheid hebben om zelf te bepalen welke buitenschoolse activiteiten hij binnen de schoolomgeving halen: omdat hij trots is op wat hij bereikt heeft, omdat hij er vragen over heeft, omdat hij er medeleerlingen bij wil betrekken of omdat hij denkt dat het bruikbaar is binnen het leerproces. Als de leerling activiteiten, hobby's of interesses voor zichzelf wil houden, dan moet dat natuurlijk mogelijk zijn. Bijvoorbeeld omdat hij er (nog) niet aan toe is om erover te vertellen, omdat hij (al dan niet terecht) bang is dat het afbreuk doet aan zijn imago of omdat hij binnen de schoolomgeving andere dingen belangrijker vindt.

Respect voor privacy

Voor onderwijs kan het interessant zijn om een beroep te doen op het netwerk van leerlingen. Je kan bijvoorbeeld leerlingen vragen om onderzoek te doen binnen hun netwerk. Ze kunnen opa's of oma's vragen over hoe het vroeger was, een enquête houden onder hun Hyvesvrienden over wie welke kranten lezen, anderstalige penvrienden zoeken of vrienden bevragen over leefgewoontes in andere culturen. Door het netwerk van leerlingen bij het onderwijs te betrekken, kan je de wereld buiten de klas naar binnen halen.

Maar ook hier geldt dat de leerling de vrije keuze moet hebben. Hij moet zelf kunnen bepalen of hij zijn netwerk wil aanspreken voor onderwijsdoeleinden. Je kan er niet van uit gaan dat leerlingen hun netwerk, virtueel of 'in real life' willen benutten om leerdoelen te behalen. Als een leerling een goede band heeft met zijn grootouders kan het leuk zijn om met hen in gesprek te gaan en zo uit de eerste hand te horen over vroeger. Maar heeft een leerling die band niet en wordt hij door de school verplicht om een gesprek te voeren, dan kan dat heel vervelend zijn. Dat geldt ook voor virtuele contacten: een leerling moet de vrijheid hebben om zelf te kiezen of hij zijn Facebook, Hyves of MSN-contacten wil benaderen met vragen, ook als die anoniem gesteld kunnen worden.

Door leren waarde toevoegen aan het leven buiten school

Een heel andere voorwaarde waar je aan moet voldoen om met succes leerdoelen te koppelen aan activiteiten die leerlingen ondernemen buiten schooltijd, is dat de waarde die die activiteiten voor de leerling privé ten minste intact gelaten en liever nog vergroot moet worden. De activiteiten die leerlingen ondernemen leveren hem iets op: plezier in het uitvoeren van de activiteit, respect of waardering van zijn vrienden, enz. Het koppelen van leerdoelen aan activiteiten die leerlingen buiten de school ondernemen moet niet alleen gericht zijn op de waarde daarvan voor het onderwijs, maar ook op de waarde buiten de school. Denk bijvoorbeeld aan een leerling die op school vertelt dat hij in een boom geklommen is. In een rekenles over verhoudingen (kerndoel 26 rekenen/wiskunde) zou je de leerling dan kunnen leren hoe hij kan inschatten hoe hoog die boom is, of je kan hem in de gymles verschillende klimtechnieken aanleren. Daarmee bereikt de leerling niet alleen schoolse leerdoelen bereikt, maar ook daarbuiten. Hij kan immers beter klimmen en hij kan vertellen hoe hoog de boom is waar hij in is geklommen.

Ik denk dat als je op deze manier buitenschoolse activiteiten de school inhaalt, je niet alleen voorkomt dat het spelen minder leuk wordt, maar zowel aan het spelen als aan het leren een extra dimensie toevoegt.