In januari bood ik op dit blog een paar techno-gadgets aan: een Swinxs en een set Picocrickets: een setje sensoren, die aangestuurd worden door software (Scratch) waarmee kinderen (vanaf een jaar of 10) zelf een programma schrijven. De Picocrickets heb ik toen uitgeleend aan Michel Boer, leerkracht en ict-coördinator op OBS Theo Thijssenschool. Hij schreef onderstaand verslag. Eerdere verslagen van het gebruik van de Picocrickets zijn geschreven door Brigit Moonen en Kathelijne Russcher.

In aansluiting daarop: is er nog iemand die met zijn/haar leerlingen wil experimenteren met de Picocrickets? Ze zijn weer beschikbaar. De enige voorwaarde is dat je naderhand een stukje schrijft voor dit blog waarin je je ervaringen (positief of negatief) deelt. Laat een reactie achter in dit blog als je geïnteresseerd bent of stuur je een mailtje. Mijn e-mailadres vind je hier.

Margreet van den Berg deed een oproepje of iemand picocrickets wilde uitproberen. Ik had het al een keer op een website gezien en stond op de lijst voor een ICT leskist maar helaas was toen te weinig budget. De kans om het eens uit te proberen.

De set die in ontving bestaat uit een doos met diverse blokjes, snoertjes, touwtjes, veertjes en een CD met bijbehorende software. Mijn eerste gedachte was dan ook wat je hier nu weer mee moest doen. Al snel begreep ik dat de blokjes de picocrickets waren; een klein computertje dat je kan programmeren met de bijbehorende software PicoBlocks.

Na installatie van deze software en wat experimenteren, heb ik toch maar even de handleiding erbij gepakt om te bekijken hoe het nu werkt. Eenmaal werkend blijkt het principe heel eenvoudig te zijn. Met de picocricket kan je lampjes laten branden, geluiden maken of iets laten draaien. De software is netjes verdeeld in deze drie mogelijkheden. Als ik een lampje aangesloten op de Picocricket feller willen laten branden, dan sleep ik een lampje in het programmeervak en stel de lichtsterkte in. Dit bouw ik na met de picocricket, starten en het werkt.

Leuker wordt het natuurlijk als het lichtje pas gaat branden als het donker wordt. Dat kan met een sensor en een flow. De laatste is een visueel gemaakt stukje 'statement', bijvoorbeeld 'if then else' of 'repeat until'. De programmeurs onder ons herkennen dit direct. Een flow plaats je op de picocricket met een bijbehorende conditie. In dit geval een sensor die aangeeft hoe donker is. Deze programmeer je ook weer (zie plaatje) en uitvoeren maar.

De software heeft ook mogelijkheden om bewerkingen als groter dan.., kleiner dan of gelijk aan te detecteren. Ook noem ik de mogelijkheid om grafieken te tonen van de waarden die sensoren hebben gemeten. Voor een ex-programmeur is de software allemaal zeer logisch opgezet en eenvoudig in gebruik.

Maar het is natuurlijk niet bedoeld voor mij, maar voor kinderen (maar ik voelde me ook even weer kind toen ik ermee mocht spelen). Uiteraard heb ik een aantal leerlingen met de picocrickets laten spelen. Zij hadden al wat ervaring met de mindstorm (robot van lego) dus begrepen ze al snel de mogelijkheden van de software. Daarna werden er leuke dingen gebouwd om de picocrickets heen.

Picocrickets vind ik echt een aanvulling in het onderwijs. Kinderen leren logisch na te denken hoe zij bijvoorbeeld een lampje willen laten branden als je in je handen klapt. Nadenken welke sensoren je nodig je hebt, in welke volgorde ze moeten staan en op welke actie ze moeten reageren. Het leert kinderen ook dat heel veel techniek om ons heen, bestaat uit dit soort stukken code. Het lijkt zo gewoon dat een cv-ketel aanslaat als de temperatuur te laag wordt. Maar als je het zelf kan bouwen dan gaat het leven en blijkt het opeens een stuk ingewikkelder te zijn dan wat knopjes op een doosje.