Een vorm van onderwijs die mij erg aanspreekt is PGO, oftewel probleemgestuurd onderwijs. Totdat Martijn op Stenden ging studeren was het een onderwijsvorm waar ik wel eens van had gehoord, maar ik was er nog nooit mee in aanraking gekomen. Maar met alles wat ik er (via Martijn) over zie, hoor en lees, word ik er enthousiaster over.

Voor degenen die deze vorm van onderwijs niet kennen: bij probleem gestuurd onderwijs krijgen leerlingen een realistisch probleem voorgeschoteld waar ze met de groep een oplossing voor moeten zoeken. In een onderzoek van Constance Dutmer, Wieneke Maris en Annelies Visser worden de volgende 6 karakteristieke elementen voor PGO benoemd:

    • studenten krijgen een probleem voorgelegd waarover nog niet eerder de theorie is besproken,
    • het probleem dat wordt voorgelegd is levensecht,
    • omdat levensechte problemen zich zelden binnen één vakgebied afspelen, moeten binnen het curriculum vakoverstijgende verbanden gelegd worden,
    • leerlingen werken in groepen aan het zoeken van de beste oplossing voor het probleem,
    • het onderwijs is vooral leerlinggestuurd: de leerling wat wanneer en hoe er geleerd wordt,
    • er is veel aandacht voor probleemoplossend en kritisch analytisch denken.
De leerlingen moeten de beste oplossing zoeken voor het probleem dat ze voorgelegd krijgen. Dat doen ze in 7 stappen:
    • eerst wordt gekeken of iedereen het probleem goed begrijpt en iedereen de terminologie begrijpt,
    • vervolgens wordt gekeken welke problemen opgelost moeten worden;
    • daarna gaan de leerlingen mogelijke oplossingsrichtingen benoemen;
    • op basis van 2 en 3 wordt het probleem geanalyseerd,

    • de leerlingen formuleren daarna hun leerdoelen;
    • daarmee gaan de leerlingen individueel aan de slag door de benodigde informatie te verzamelen;
    • In de groep wordt vervolgens het resultaat van het individuele werk van de groepsleden besproken en gezamenlijk wordt besloten op welke manier het voorgelegde probleem aangepakt zou moeten worden.

Het zal duidelijk zijn dat het geven van probleemgestuurd onderwijs veel voeten in de aarde heeft. Het bepalen van de probleemstelling vraagt een nauwgezette voorbereiding. Tijdens het proces heeft de docent (in het PGO vaak aangeduid als tutor) vooral een coachende taak. Er moeten afspraken gemaakt worden tussen de groepsleden over hoe ze met elkaar willen samenwerken en als de groep aan de slag is moet de tutor door het stellen van vragen de voortgang monitoren en de leerlingen stimuleren impliciete kennis expliciet te maken en om actief en diepgaand met de leerstof aan de slag te gaan.

Probleemgestuurd onderwijs vindt vooral plaats in het hoger onderwijs. In het basis en voortgezet onderwijs wordt het wel eens ingezet in projectweken, maar daarbuiten slechts zelden. Gezien de complexiteit van deze onderwijsvorm en de eisen die het stelt aan het werk van de docent en de leerling, vind ik dat niet vreemd. Maar ik vind het wel jammer, omdat ik denk dat deze vorm van onderwijs wel veel voordelen biedt.

Onderstaand een filmpje hoe Stenden invulling geeft aan PGO.