Het schoolmanagement kan niet rekenen. Dit is de kop van een column van Frank Kalshoven in de Volkskrant van zaterdag 12 februari. In die column wijst hij op cijfers uit het Jaarboek Onderwijs 2010, waaruit blijkt dat voor het totale verblijf in het primair onderwijs in 1998 per kind 25.000,- beschikbaar was. Dit bedrag is in 2009 opgelopen tot 53.000,-, een toename van 90%. Ook na correctie voor de inflatie is nog steeds sprake van een uitgavenstijging met 65%.
Frank Kalshoven trekt op basis van deze cijfers de, wel erg snelle, conclusie dat van geldgebrek in het primair onderwijs dus geen sprake kan zijn. Het onderwijs moet niet met veel aplomb beweren dat de bekostiging van het primair onderwijs al jaren onder druk staat en er schaamteloos bezuinigd wordt. Nee, het schoolmanagement is het werkelijke probleem. Het management is niet in staat om het onderwijs te laten renderen, ondanks de sterk gestegen bedragen per leerling (koopkracht).
Nu zijn de cijfers die Frank Kalshoven in zijn column presenteert op zich juist. Maar, wie aan deze cijfers de onomstotelijke conclusie ontleent dat het schoolmanagement niet deugt, begeeft zich op wel erg glad ijs. De achterliggende verklaringen voor de uitgavenstijging in het primair onderwijs liggen namelijk voor het oprapen. De stijging is voor een belangrijk deel het gevolg van landelijk onderwijsbeleid. Zo zijn achterstanden bij de salarissen ingelopen (commissie Van Rijn, convenant Leerkracht) en is de groepsgrootte in de onderbouw verkleind. Daarnaast zijn schoolbesturen geconfronteerd met autonome, niet beïnvloedbare, kostenstijgingen, zoals de gestegen energiekosten en de toename van de sociale lasten.
Lees het volledige artikel