De regel dat de bekostiging van een basisschool wordt stopgezet als de school drie achtereenvolgende jaren onder de opheffingsnorm zit, wordt aangepast, zo meldt de Rijksoverheid.

Minister Van Bijsterveldt is voornemens om deze termijn op te rekken naar vijf jaar zodat scholen langer de tijd krijgen om zich aan te passen, zodat opheffing van de school voorkomen kan worden. Zij werkt aan een wetsvoorstel met deze strekking.

De opheffingsnormen variren tussen minimaal 23 leerlingen per school in zeer dunbevolkte gebieden, tot maximaal 200 leerlingen per school in steden en worden eens in de vijf jaar aangepast aan de demografische ontwikkelingen.

De algemene regel is op dit moment dat een school wordt opgeheven als de school drie achtereenvolgende jaren onder de opheffingsnorm zit. Aangezien de daling van het aantal leerlingen in een gebied eens in de vijf jaar leidt tot aanpassing van de opheffingsnormen, kan dat er toe leiden dat een school wordt opgeheven op basis van achterhaalde normen.
"Dat zou onwenselijk zijn. Immers, het is belangrijk dat leerlingen in hun eigen buurt of dorp op school kunnen blijven. Dat is tevens goed voor de leefbaarheid van het platteland en de krimpregio's", aldus de bewindsvrouw.

Om die reden wil zij bij wet mogelijk maken scholen geen drie maar vijf jaar de tijd te geven om zich qua leerlingaantallen te herstellen. Op die manier wordt de termijn gelijk aan de termijn die geldt voor de herziening van de normen op basis van de demografische ontwikkelingen.

Scholen die onder de opheffingsnorm komen, kunnen gecompenseerd worden door leerlingen van andere scholen die onder hetzelfde bestuur vallen. De absolute ondergrens is 23 leerlingen.

Voor schooltjes met minder dan 23 leerlingen geldt vanaf 1 januari 2011 een nieuwe wet waardoor het voor basisscholen mogelijk wordt om toch open te blijven als ze onder de opheffingsnorm van 23 leerlingen komen. Scholen kunnen hiertoe een verzoek indienen bij de minister van Onderwijs.

Nationale Onderwijsgids