In een land, hier ver vandaan woonde eens een koning met zijn zoon die later, als hij groot zou zijn, het land zou gaan regeren.

Op een dag kreeg de koning bezoek van een troubadour. Hij vertelde de koning over een land heel ver van het koninkrijk vandaar waar een schat te vinden was die zo groot was, dat iedereen daar wat van af kon pakken zonder dat die schat ooit op zou raken. Maar de weg naar die schat was niet zonder gevaar. Al heel veel mensen waren op zoek gegaan naar de schat en dat was niet altijd goed afgelopen.

Ook was nog niet helemaal duidelijk wat de schat precies was. Sommigen die de schat hadden gevonden spraken van kralen, anderen van kostbare sieraden. Ze vertelden over een land waar bijzondere ertsen te vinden waren en van een land met vooral modderige grond, van een land van goeroes en een land van oplichters en van een land van inspiratie en van imitatie. Maar wie je ook sprak: iedereen zei dat als je goed zocht er voor iedereen wel wat te vinden was.

Na het vertrek van de troubadour dacht de koning diep na over zijn verhaal. Zijn koninkrijk verkeerde in een ernstige crisis, dus hij kon die schat goed gebruiken. Hij besloot dat hij zijn zoon opdracht zou geven om te zoeken naar de schat. Maar hij maakte zich zorgen over hoe zijn zoon: zou hij de gevaren onderweg kunnen trotseren? Hij had de jongen nog nooit meegenomen naar een ander land. Hij wist wel dat zijn zoon met het buurjongetje er soms stiekem op uit trok tot over de grenzen van zijn koninkrijk, maar hij had daar met zijn zoon nooit over gesproken en het leek hem daar niet echt veilig.

Maar de schat was nodig voor het rijk dus de koning vroeg zijn raadsheer, de slimste man uit het hele koninkrijk, om advies. De raadsheer dacht diep na en kwam na een paar uur met een advies. Uiteraard, zoals het een wijs raadsheer betaamt, in leren band met goud op snee en drievoud uitgeschreven. In het advies stond dat de koning een plan moest maken. Eerst moest hij in kaart brengen welke gevaren de jongen onderweg tegen zou kunnen komen. Daarna moest hij de jongen onderwijzen hoe hij die problemen het hoofd zou kunnen bieden. Wanneer de jongen over 2 jaar geslaagd zou zijn voor zijn examen, kon hij vertrekken om de schat te gaan zoeken.

De koning vond het een veilige aanpak maar hij betwijfelde of ze de schat op tijd zouden vinden om het land te redden en of zijn zoon in de tussentijd niet stiekem zelf met zijn buurjongetje op zoek zou gaan.

Daarom vroeg hij de nar om advies. Die had veel minder tijd nodig voor het formuleren van zijn aanpak. 'Koning', zei hij, 'waarom sturen we de prins niet direct op pad? De schat is groot en zal niet alleen het rijk, maar ook uw zoon zelf veel voordelen bieden'. 'En', zei de nar: 'uw zoon maakt onderweg vast vrienden die ook op zoek zijn naar de schat. Samen zullen ze ontdekken hoe ze de gevaren onderweg het hoofd kunnen bieden.'

De koning betwijfelde of kon vertrouwen op het gelukkige gesternte van de jongen om hem zonder voorbereiding en begeleiding op pad te kunnen sturen.

Daarom ging hij naar zijn kanselier. Dat was een man van de wereld die in zijn jonge jaren de wereld had verkend. Hij zou vast goede raad kunnen geven. 'Sire', zei de kanselier, 'het is goed om uw zoon direct op pad te sturen want de staatskas kan wel wat input gebruiken. Maar om er zeker van te zijn dat uw zoon veilig terugkomt stel ik voor dat ik de eerste dag met uw zoon op pad ga en dat u die dag uw ministers vraagt om de dagen daarna met uw zoon mee te reizen.'

De koning was blij met het aanbod van de kanselier maar een land in crisis moet niet alleen letten op zijn troonopvolger maar ook op de centen, en dat was nu precies de taak van de kanselier. Die kon hij dus geen dag missen en ook zijn ministers hadden andere zaken aan hun hoofd.

De koning trok zich terug in zijn torenkamer en ging op zijn troon zitten peinzen. Heel diep en heel lang, zoals alleen koningen dat kunnen. Hij zag dat de crisis erger werd en de mensen ongelukkig, dus hij zocht nog harder naar de beste oplossing. Hij piekerde zo hard dat hij van zijn troon afviel en zijn rijk verging. En de prins? Die ging helemaal in zijn eentje op weg, op zoek naar het verre land waar hij - zo was zijn vaste overtuiging - de schat zou vinden. En niemand weet hoe het met de jongen is vergaan .....

De moraal van het verhaal

Wie te ver vooruit kijkt naar de enige goede oplossing, struikelt over de kansen.

N.B. Volgende week is de week van de Mediawijsheid. Een goed moment om plannen te maken èn die uit te gaan voeren!