Op zaterdag 1 oktober werd in het kader van de Dag van de Leraar de Leraar van het Jaar-verkiezing' gehouden. Het leverde drie winnaars op uit drie verschillende categorien: Martin Bootsma van de A. Bekemaschool in Duivendrecht voor het basisonderwijs, Ilse Gabrils die lesgeeft op het Mondriaan College in Oss voor het voortgezet onderwijs en Susanne Winnubst, verbonden aan het ROCA12 in Ede voor de categorie middelbaar beroepsonderwijs.

Minister Marja van Bijsterveldt en staatssecretaris Halbe Zijlstra maakten de winnaars bekend en de vakjury, onder aanvoering van Annet Kil, directrice van de Onderwijscoperatie, had voor iedere winnaar een heus juryrapport opgesteld. Zo was de jury erg onder de indruk van de energie die Martin Bootsma in zijn werk stopt. Dit heeft niet alleen een positief effect op zijn leerlingen, maar ook op zijn collega's.

Ilse Gabrils van het Mondriaan College wordt geroemd om haar vakinhoudelijke kennis en haar didactische en pedagogische kwaliteiten. Zij heeft haar vaardigheden weten om te zetten in een uiterst plezierige en aanstekelijke lesmethode.

Tot slot wordt Susanne Winnubst wordt geprezen om haar initiatiefneming zowel binnen als buiten de schoolmuren. Zo houdt zij zich bijvoorbeeld bezig met de ontwikkeling van leermethoden die op landelijk niveau worden toegepast.

Behalve een scherp oordeel van een kundige jury hadden ook leerlingen, ouders en leraren zelf de mogelijkheid om hun favoriete leraar naar voren te schuiven. De verkiezing is in het leven geroepen omdat het bijdraagt aan een positief imago en het de kwaliteit in de beroepsgroep bespreekbaar maakt. Speciaal voor de Nationale onderwijsgids beantwoordden de kersverse ambassadeurs van het onderwijs een aantal vragen.
Wat heeft u bewogen ooit leraar worden en hoe strookt de realiteit met de verwachtingen die u destijds had?

Martin: Toen ik zestien was, had ik een lerares biologie die onderwees vanuit haar eigen visie op onderwijs. Zij ontwikkelde zelf lesmateriaal en week daarmee af van andere leraren, die toch vooral de ambitie hadden om een lesboek van voor naar achteren door te werken. Haar manier van werken vond ik ontzettend inspirerend. Vanuit de visie die mijn school op onderwijs heeft, ontwikkel ik ook veel lessen en activiteiten zelf en denk ik veel na over hoe ik mijn activiteiten zo kan maken dat ze de kinderen inspireren en motiveren. Het idee dat ik als 16-jarige over onderwijs had, pas ik nu dagelijks toe in de praktijk. De methodes die wij op school gebruiken zijn voor mij een leidraad en een middel, maar geen doel op zich.

Ilse: Ik wilde eigenlijk helemaal geen leraar worden. Ik wilde forensisch laborant worden, mijn Kennis van natuurkunde was niet goed genoeg om die studie te volbrengen. Beroepskeuzetest gedaan en daar kwam de studie Biologie uit. Tijdens de studie ging ik stage lopen en toen ontstond mijn liefde voor het vak .

Susanne: Ik wilde leraar worden in de tijd dat ik systeemontwerper/computerprogrammeur was. Ik ontdekte dat het leukste onderdeel van mijn toenmalige functie was: het instrueren van de gebruikers. De mensen aan wie ik de trainingen gaf waren allen volwassenen werkzaam bij grote bedrijven. Mijn verwachtingen van het lerarenvak in het MBO waren dan ook te veel gebaseerd op pure kennisoverdracht. Toen ik de overstap maakte naar het MBO kreeg ik te maken met uitdagingen als: orde houden, vormingsaspecten die deel uit maken van MBO-onderwijs en begeleiding van de adolescenten.

Wat (of wie) heeft jou genspireerd, of inspireert jou nog steeds, om je beroep als leraar met zoveel overgave en enthousiasme uit te oefenen?
Ilse: De leerlingen. Het is heerlijk om elke dag weer met ze te werken.

Martin: Een van mijn inspiratiebronnen is de schrijver Theo Thijssen. Zijn boeken over meester Staal zijn geweldig en laten het grote pedagogische tact van Thijssen zien. Ik herlees zijn werk nog regelmatig en word dan telkens weer getroffen door de belangeloze liefde van een bevlogen onderwijzer voor de kinderen in zijn klas.

Wat ben je van plan aan te pakken, te veranderen of te verbeteren aan het onderwijs nu je een jaar lang ambassadeur van het onderwijs bent?

Susanne: Ik wil graag aansluiten bij een speerpunt van de OCW. Professionalisering van leerkrachten in de breedste zin van het woord. Merk uit eigen ervaring dat ik moest (en nog steeds moet) leren omgaan met zaken als: omgaan met werkdruk, omgaan met kostenbeheersing, innovaties invoeren en productiviteitsverhoging van mijn lessen. Dit zijn mijns inziens zaken waar een professional zelf verantwoordelijk voor is. Als ambassadeur van het MBO-onderwijs wil ik zo veel mogelijk een bijdrage leveren aan de bewustwording bij docenten dat professionalisering veel om het lijf heeft.

Martin: Als ambassadeur van het onderwijs wil ik vooral laten zien hoe mooi ons vak is en dat er over het onderwijs veel, heel veel mooie en inspirerende verhalen te vertellen zijn en dat er overal pareltjes van prachtig, inspirerend onderwijs te vinden zijn. Bovendien vind ik het belangrijk om uit te dragen dat we in het onderwijs moeten blijven denken vanuit kansen en mogelijkheden en niet bij elke verandering in de verdediging schieten.

Op welk gebied kun je jezelf nog verbeteren?
Susanne: Vooral op het gebied van innovaties doorvoeren in mijn onderwijs schiet ik nog te kort. Zoals het thema Social Media. Wat moet ik hier mee in mijn onderwijs? Ik heb behoefte aan concrete voorbeelden en gelukkig heb ik deze week van een journalist van de MBO-krant handvatten gekregen om hiermee aan de gang te gaan.

Ilse: Ik wil graag betere toetsen maken en meer doen met de uitkomst hiervan. Lesgeven/opdrachten maken op verschillende niveaus van lesstof. Ook wil ik graag meer leren over samenwerkend leren en coachen.

Wat zou u aan iedere docent willen meegeven?

Martin: Je moet je als mens en dus als docent richten op wie je bent en je moet veel minder gefocust zijn op wat je doet. Hoe beter je weet wie je bent, hoe beter het zal zijn wat je doet. Het is zoals Lao Tze zei: "De Tao van doen is zijn".

Het Finse onderwijs wordt algemeen gezien als het beste van Europa. Dat komt mede doordat alle leraren, van kinderopvang tot hbo, er een universitaire graad hebben. Is dat ook de oplossing voor Nederland?


Susanne: Ja. Als onderzoek uitwijst dat een universitaire graad van docenten bijdraagt aan een goed onderwijssysteem dan zou dit ook een oplossing voor Nederland kunnen zijn denk ik. Wel vind ik dat het MBO-onderwijs een bijzondere positie inneemt door de functie van praktijkinstructeur. Deze functie moet blijven bestaan naast de functie van docent. Een praktijkinstructeur heeft zelf MBO/HBO niveau en voor hem/haar zal een universitaire graad niet gelden.

Martin: Is het beste onderwijs per definitie het onderwijs dat de hoogste resultaten oplevert? Als dit zo is, dan moeten de Finnen zich juist zorgen maken. Want op een door The Times opgestelde lijst van de beste universiteiten ter wereld, staan 9 Nederlandse bij de eerste honderd, terwijl de beste Finse universiteit een plaats tussen de 300 en 350 inneemt.

Hoe motiveert u een klas? Kortom, wat is uw geheim?

Ilse: Ik heb een goede band met mijn leerlingen. Ik laat ze merken dat ze als persoon ook belangrijk voor me zijn. We praten ook over andere dingen, niet alleen over biologie. Er is altijd ruimte voor andere zaken die voor de leerlingen belangrijk zijn. Lesgeven is meer dan kennis overbrengen.

Martin: Kinderen willen uit zichzelf graag leren. Je moet als leerkracht dat faciliteren en de kinderen helpen meester en vormgever van zichzelf te worden. Dat kan op heel veel manieren, maar het begint met observeren. Kijken en zien wat een kind of een groep nodig heeft. Dus niet denken vanuit de stof die moet worden aangeboden, maar met kennis, durf en flexibiliteit de kinderen verleiden tot leren.

Susanne: Ik merk zelf dat een klas structuur wil. Als een leerling altijd helder heeft wat het leerdoel is van mijn les, hoe deze stof wordt afgetoetst en hoe de stof in examen terugkomt dan werkt dit motivatieverhogend. Daarnaast is het belangrijk een grote betrokkenheid te ontwikkelen bij de studenten.

Nationale Onderwijsgids