De dood in de klas bespreken? Museum Tot Zover lanceert het eerste digitale lespakket over afscheid en verlies. Op speelse wijze kunnen leerkrachten van groep 7 en 8 met dit lastige thema aan de slag. Praat erover voordat er tranen zijn. Doodgewoon in de klas helpt daarbij.

De dood hoort bij het leven. Ook kinderen krijgen er vroeg of laat mee te maken. Toch krijgt het onderwerp nauwelijks aandacht in het curriculum en dat is spijtig. Als verlies een bespreekbaar thema is op school dan kan dat in tijden van verdriet veel voor leerlingen betekenen. Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover heeft voor leerlingen van groep 7 en 8 het digitale lesmateriaal Doodgewoon in de klas ontwikkeld.

Vóór de tranen
Op een luchtige manier geeft het lespakket antwoord op vragen van kinderen. Wat gebeurt er als je doodgaat? Wat betekent condoleren? Mag je dan appen? Hoe herdenken mensen in andere culturen? Leerlingen ervaren spelenderwijs dat de dood niet eng is maar een onderwerp waar je veel van kunt leren. “Wacht niet op een calamiteit op school, maar praat over sterfelijkheid vóórdat er tranen zijn,” zegt educatieprojectleider Laura Cramwinckel van Museum Tot Zover. “Kinderen zijn er nieuwsgierig naar. Voorlichting over feiten, rituelen en leren omgaan met verlies helpt bij een goede rouwverwerking later.”

Verbondenheid in de klas
Na de basisschoolperiode heeft driekwart van de kinderen een overlijden meegemaakt. Dan is het belangrijk dat kinderen de kans krijgen hun verhaal te doen. Leerlingen die de lessen tijdens de pilot hebben gevolgd, zeggen het fijn te vinden om over dood te kunnen praten. En van anderen te horen hoe zij erover denken. Het schept verbondenheid. Leerkrachten en ouders geven aan dat ze geraakt zijn door de verhalen, gedichten en tekeningen. Ze zijn trots dat hun kinderen er zo goed mee omgaan.

Kosteloos online lespakket
Het lespakket is kosteloos, flexibel in gebruik en past goed bij de belevingswereld van de leerlingen. Een introductiefilmpje en een handleiding helpen de leerkracht op weg waarna hij of zij een keuze maakt in de onderwerpen alles gaat voorbij, rituelen en cultuur, begraven en cremeren en verdriet en herinnering. Het lesmateriaal bestaat uit beeldverhalen, quizzen, creatieve opdrachten, onderzoeksvragen en leerlingen maken hun eigen bucketlist. Ook kun je een gastles boeken.

Wanneer lessen over afscheid?
Aanleidingen dienen zich het hele schooljaar aan, denk aan een oma, huisdier of BN’er die overlijdt. In de herfst is een lesweek over vergankelijkheid natuurlijk ook erg relevant. Dan kan de leerkracht er bovendien het hele schooljaar op terugvallen.

Neem een kijkje: www.doodgewoonindeklas.nl

Het lesprogramma Doodgewoon in de klas is mede tot stand gekomen met steun van het Dr. C.J. Vaillantfonds en het Amsterdams Fonds voor de Kunsten.

Leerkrachten over Doodgewoon in de klas:
Aafke, leerkracht: ‘Je ziet dat het lespakket aansluit bij hun behoeften en denkwereld. De leerlingen gaan echt aandachtig aan de slag .’
Arie Wim, schooldirecteur: ‘Wij zijn graag een school waar je kunt lachen en huilen’
Abdelilah, leerkracht: ‘Praten over leven en dood ligt buiten mijn comfortzone, maar het introductiefilmpje leidde het onderwerp goed in.’

Leerlingen over Doodgewoon in de klas:
Mohammed, 11 jaar: ‘De dood is natuurlijk niet echt een leuk onderwerp, maar het is wel goed om het erover te hebben.’
Merel, 12 jaar: ’Papa kreeg tranen in zijn ogen toen hij zag wat ik voor opa had gemaakt. Dat was heel mooi.’
Liam, 12 jaar: ’Ik heb veel geleerd en ook wel gelachen. Als ik later dood ben mag mijn as in een voetbal. Dan kunnen mijn vrienden nog met me voetballen.’

Deskundigen over Doodgewoon in de klas:
Marjorie Lucas, kindercoach: ‘Deze leeromgeving vergemakkelijkt het spreken over dood en verlies en geeft prettige sturing aan leerkrachten.’
Dr. Mariken Spuij, rouwdeskundige: ‘Doodgewoon in de klas is een verdiepende lesmethode, die ook ingaat op uitvaartrituelen in andere culturen. Vooral voor kinderen van de leeftijd 10-12 jaar, die al met de dood te maken hebben of hebben gehad, kan dat écht iets toevoegen’.

 
Bezoek de website