De wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’, in de volksmond boerka- of nikabverbod genoemd, gaat vandaag in. Vanaf nu is het niet toegestaan om in het onderwijs, overheidsinstellingen, de zorg en het openbaar vervoer gezichtsbedekkende kleding te dragen.

Vanaf 1 augustus 2019 is het voor iedereen verboden gezichtsbedekkende kleding te dragen in de tram, bus, metro en trein en in en rondom gebouwen van het onderwijs, de zorg en de overheid. Op deze locaties is het voor de sociale veiligheid en dienstverlening belangrijk dat iedereen elkaar kan herkennen en aankijken. Het is daarom niet toegestaan om kleding te dragen die het gezicht onherkenbaar maakt, zoals een integraalhelm, bivakmuts of boerka.

Iemand met gezichtsbedekkende kleding kan in het openbaar vervoer en in een gebouw van het onderwijs, de zorg en de overheid op het verbod gewezen worden door een medewerker van de locatie. De medewerker kan de betrokkene vragen om de gezichtsbedekkende kleding af te doen of anders de locatie te verlaten. Als de betrokkene dit niet doet kan de politie worden ingeschakeld en riskeert diegene een boete.

Het verbod geldt niet voor kleding die nodig is ter bescherming van het lichaam bij bijvoorbeeld de uitoefening van een beroep of een sport. Het verbod geldt ook niet voor cliënten, patiënten of hun bezoekers in woonruimtes van zorginstellingen waar mensen voor langere tijd verblijven. Tot slot geldt het verbod ook niet voor kleding die passend is bij feestelijke en culturele activiteiten.