Al eeuwen leggen mensen een verband tussen het lot en gebeurtenissen en de stand van de hemellichamen.

In de Griekse Oudheid hield men zich al bezig de samenhang tussen de bewegingen van de zon, maan en planeten en gebeurtenissen op aarde. Het woord astrologie is dan ook afgeleid uit het Grieks. Het Griekse woord is αστρολογια wat letterlijk vertaald astrologia betekend. Het woord αστρολογια is een samenstelling van de Griekse woorden άστρον en λογος. Het Griekse woord άστρον kan vertaald worden als Astron wat ster of sterrenbeeld betekend. En het Griekse woord λογος kan worden vertaald als logos wat in deze context theorie betekend. De theorie van de sterren dus.

Hoe de sterren de mensheid fascineerde
Door de lichtvervuiling krijgen we hier in Nederland weinig mee van wat er ‘s nachts aan de hemel te zien is. Maar iedereen die wel eens in een gebied is geweest zonder kunstmatig licht in de wijde omgeving, op vakantie bijvoorbeeld, zal onder de indruk geweest zijn van de sterrenhemel. Ontelbare sterren, zo ver als het zicht reikt. Je hebt er dan ook niet veel fantasie voor nodig om je voor te stellen hoe indrukwekkend de nachtelijke hemel voor onze verre voorvaderen geweest moest zijn, voordat kunstmatig licht zijn intrede deed.

Al duizenden jaren geleden bestudeerde mensen de bewegingen van de zon, sterren en maan en ontdekte verbanden. Zo ontdekte men dat je kan zaaien bij Nieuwe Maan en kan oogsten bij Volle Maan. In de biologische teelt wordt tot op de dag van vandaag nog steeds gebruik gemaakt van de Maan standen bij het telen. Ook om te bepalen wanneer het een goede tijd was om te gaan jagen, te trouwen, ten strijde te trekken werden de sterren geraadpleegd.

In onze Westerse samenleving zijn we met de opkomst van kunstlicht en technologie steeds verder af komen te staan van de natuur en de sterren als kompas voor belangrijke beslissingen.
Er is nog wel te zien dat in sommige culturen naar zwaar geleund wordt op de astrologie. Zo worden in zuidelijke- en inheemse culturen geen beslissingen genomen zonder dat eerst een astroloog is geraadpleegd.

De geschiedenis
Het oudste bewijsmateriaal voor astrologie in het verleden komt uit Mesopotamië. Mesopotamië is een kerngebied in het huidige Irak en het noordoosten van het huidige Syrië. Daar zijn kleitabletten gevonden waarop in spijkerschrift astrologische verwijzingen staan.

Priesters beoefende in die tijd een combinatie van astrologie en astronomie. Zo kon men in die tijd al zonsverduisteringen en eclipsen voorspellen.

Men dacht dat hemellichamen de woningen van de goden waren en dat de goden vanuit de hemel op de aarde uitkeken. De hemel werd in kaart gebracht in een hemelkaart wat we nu kennen als horoscoop.

Men zag een verband tussen planeetstanden en gebeurtenissen op aarde die vaak uitkwamen. Vanwege deze voorspellende kracht van de horoscoop (de hemellichamenkaart) mochten alleen de heersen van het volk de horoscoop raadplegen.

De astrologie bereikte via het Midden-Oosten het oude Griekenland. In Griekenland nam men astrologie ook erg serieus en er werden zelfs scholen opgericht om onderwijs te geven over astrologie. In die tijd leverde de Griekse filosoof Claudius Ptolemeus een belangrijke bijdrage voor de astrologie. Hij schreef een het standaardwerk de Tetrabiblios. De Tetrabiblios geldt tot op de dag van vandaag voor vele astrologen als het lijfboek voor de astrologie.

Met de komst van het Romeinse rijk verspreide de astrologische kennis van de oude Grieken door het gehele Romeinse rijk en bereikte het zodoende grote delen van West-Europa.

In het oude Europa werd de astrologie op een gegeven moment verbannen omdat er verzonnen horoscopen werden verkocht voor veel geld. Ondertussen hield men zich in de Arabische wereld wel serieus met astrologie bezig en werd de kennis op dit gebied verder uitgebouwd. Nu plukken we in Europa de vruchten van deze verrijkte kennis van astrologie.

Bronnen:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Astrologie
https://jouwmysterie.nl