“Hoeveel kost dat? Wat wil dat zeggen ‘rijk zijn’? Hoe ga ik om met geld? Hoe moet ik geld sparen?" Een heleboel onvermijdelijke en belangrijke vragen die kinderen zich op een bepaalde leeftijd gaan stellen. Sommigen reeds op erg jonge leeftijd, anderen op een later moment, maar allemaal komen ze met zekerheid in aanraking met het concept geld.
Hoe kan jij hierin als leerkracht een positieve rol spelen?

Vaak wordt het gezien als de taak van de ouders om hun kinderen met geld te leren omgaan. Als leerkracht heb je vaak echter ook een bepaalde autoriteit en speel je een niet te onderschatten rol in de ontwikkeling en opvoeding van het kind. Deze rol zinvol invullen en maximaal benutten kan het kind enorm ten voordele komen, zowel nu als op latere leeftijd. Goede gewoonten aanleren op jonge leeftijd heeft een positieve invloed op het verdere verloop van de ontwikkeling tot jongvolwassene en ver daarbuiten.

Omgaan met geld is belangrijk en ook daarbij geldt 'jong geleerd is oud gedaan'. Maar hoe leer je als leerkracht je kinderen dat geld niet zomaar uit de bankautomaat rolt? En dat sparen voor later zinvol is?

Geld groeit niet aan de bomen
Sommige kinderen zijn zich niet bewust dat geld niet zomaar aan de bomen groeit. Voor hen lijkt geld simpelweg ongelimiteerd uit de muur te komen wanneer je een betaalpas in de bankautomaat steekt. Bij deze groep kinderen is het belangrijk dat je hen als leerkracht duidelijk maakt dat geld niet zomaar en te allen tijde beschikbaar is.
De meeste kinderen weten echter dat hun ouders moeten werken om geld te verdienen of dat geld genereren een bepaalde vorm van inspanning vereist.
Welke aspecten van geld kunnen kinderen op welke leeftijd begrijpen, en wat je kan doen om ze de waarde van geld beter te laten aanvoelen?

Bewustzijn is belangrijk
Vanaf 7 à 8 jaar zijn kinderen zich er doorgaans van bewust dat je geld nodig hebt om iets te kunnen kopen. Nieuw speelgoed of een ijsje bij de ijskar op woensdagnamiddag kost geld. Kinderen weten dat sommige zaken duurder zijn dan andere dingen en begrijpen dat hun ouders moeten werken om geld te verdienen.

Grote bedragen zijn voor deze leeftijdsgroep niet belangrijk. Het is dus niet nodig om de prijs van een huis te bespreken om een groot bouwproject in de stad. Deze onderwerpen kaart je beter aan op een latere leeftijd.

Jong geleerd is oud gedaan
Een goede manier om je leerlingen de waarde van geld te leren kennen is door het spelen van spelletjes met fictief geld in de klas. Verzamel wat spullen zoals potloden, papier en ander schoolmateriaal en bouw een soort winkeltje. Laat de kinderen wat experimenteren met spullen kopen en verkopen. Leg uit waarvoor het geld dient en wat je er wel of niet mee mag doen. Het maken van die afspraken is heel belangrijk. De kinderen kunnen namelijk niet álles met het geld doen. Op die manier leren ze spelenderwijs kiezen. Om een extra dimensie toe te voegen kan je het spel over meerdere dagen spelen en spaarders belonen met bijvoorbeeld intrest. Op die manier worden je leerlingen bekend met het concept van uitgestelde beloning en leren ze dat geld sparen voor een later moment zinvol kan zijn en zelfs iets kan opleveren. Uiteraard verschilt dit van kind tot kind. Sommige kinderen moet je leren sparen, terwijl anderen het uit zichzelf doen.

Tip: Laat je leerlingen oude spullen van thuis meebrengen en bouw een soort rommelmarktje in de klas. Een heerlijk interactieve en leerrijke manier om samen handel te drijven en met geld om te leren gaan.

Toepassen in de 'echte wereld'
Een leerrijke oefening om het spel verder uit te breiden is je leerlingen huiswerk te geven en hen een potlood of pen in de winkel te laten kopen (op voorwaarde dat de ouders hiermee akkoord gaan uiteraard). Dit moeten ze dan meebrengen de volgende dag.

Laat hen vooraf enkele vragen op papier beantwoorden zoals: ‘Hoeveel denk je dat een potlood kost?’ en ‘Als je met 5 euro naar de winkel gaat en betaalt, krijg je dan centjes terug aan de kassa?’ Op die manier leert het kind spelenderwijs de waarde van goederen in te schatten.

Stel een groepsbudget op
Een derde uitbreiding is het toevoegen van een groepsbudget voor bijvoorbeeld activiteiten en extra materiaal in de klas. Stel samen met je leerlingen klassikaal een budget op en leer hen al spelenderwijs hoe inkomsten en uitgaven kunnen worden gebalanceerd, en hoe je per categorie een bepaald budget kunt vastleggen. Zo leren ze niet alleen effectief budgetteren, maar ook in groep financieel samenwerken.

Praten of doen?
Praten over geld met je leerlingen is een goede manier om de begrippen geld en waarde te introduceren. Ook het groepsaspect kan interessante resultaten opleveren. Elk kind heeft namelijk een compleet andere achtergrond. Deze verschillende standpunten kunnen zeer leerrijk zijn voor iedereen in de klas.

Een tweede luik is het doen. Zelf ervaren wanneer iets (te) duur is kan een sterke indruk achterlaten en zorgt ervoor dat kinderen sneller leren. Dergelijke bovengenoemde spelletjes kunnen bijdragen aan dit deel van de ervaring. Dat is de beste manier om je leerlingen met geld te leren omgaan. Tevens is het de basis om te leren sparen.

Wat met zakgeld?
Ongeveer driekwart van de 12-plussers krijgt zakgeld. Het precieze bedrag durft nogal te verschillen, afhankelijk van wat de kinderen ermee moeten betalen. Er wordt wel unaniem gestart met een bescheiden bedrag. Zakgeld is een ideaal instrument voor financiële opvoeding, maar als leerkracht heb je hier helaas weinig invloed op. Wat je wel kan doen is in gesprek gaan met je leerlingen en kijken waar er eventueel zaken zijn die extra aandacht vereisen.

Laat ouders weten dat het belangrijk is goede afspraken te maken, zodat de kinderen duidelijk weten waarvoor het zakgeld dient (enkel extraatjes of ook eten en kledij?) en waarom. Dit is uiteraard afhankelijk van de leeftijd en het karakter van het kind en de gezinssituatie.

Wat met tieners?
Onafhankelijkheid en zelfredzaamheid bij tieners moeten worden aangemoedigd, maar dat kan enkel als de vaardigheden voldoende zijn ontwikkeld. Dat geldt zowel voor leren fietsen als voor geld beheren. Durf je leerlingen dus bij te sturen of in te grijpen waar nodig. Jongeren gaan bewuster met geld om als ze de raad krijgen na te denken voor hun aankopen.

Het kan zinvol zijn ook met de ouders in gesprek te gaan. Een ongelimiteerd budget op jonge leeftijd kan een tiener later serieus in de problemen brengen, wanneer duidelijk wordt dat geld niet zomaar steeds ter beschikking is. Het is daarom aan te raden om het bedrag te beperken dat kan afgehaald worden met de bankkaart.

Laat ze het zelf uitzoeken
Een leuke oefening om met tieners te doen is om hen een budget te geven voor bijvoorbeeld een mobieltje (of andere zaken die erg relevant zijn op die leeftijd). Geef ze een bedrag en vraag hen zelf de beste aankoop te bepalen. Die mogen ze dan in de klas presenteren. Wie een overtuigende case maakt, kan deze voorleggen aan de ouders. Twee vliegen in één klap: leren onderzoeken wat de beste optie is én leren opkomen voor wat ze willen.

Laat hen fouten maken
Financiële opvoeding is een leerproces, en daar hoort ook fouten maken bij. Het is belangrijk dat het een toegankelijk leerproces is, waar leerlingen zich comfortabel voelen om fouten te maken en waar ook ouders kunnen inzien dat sommige zaken misschien opnieuw moeten worden bepaald. Het kan gebeuren dat ouders zich misrekenen en dat bepaalde zaken duurder zijn dan verwacht. Polsen wat leeftijdsgenoten krijgen (en wat ze ermee moeten kopen), kan een goede richtlijn geven voor ouders om een correcte inschatting te maken, al is het uiteraard volledig aan hen de keuze hoe zij deze informatie implementeren. Door het budget (of de limiet op de bankkaart) te beperken, blijven de fouten onder controle, zonder het leerproces te verstoren.

Kan het kind de verantwoordelijkheid niet aan? Het komt voor. Overleg dan met de ouders en neem een stap terug. Laat hen enkele basisregels opstellen, duidelijke afspraken maken en het zakgeld terug stapsgewijs verhogen.

Geld voor klusjes
Geld voor klusjes is een zaak waar ouders over moeten beslissen. Een moeilijke kwestie, afhankelijk van de situatie. Het is echter geen goed idee je leerlingen klusjes in de klas te laten verrichten tegen betaling.

Meestal wordt de richtlijn gehanteerd om kinderen te betalen voor klusjes en taken waarvoor je anders iemand inhuurt, zoals muren schilderen, snoeien in de tuin of de auto wassen. Het is hier heel belangrijk dat het bedrag bescheiden blijft. Te veel geld voor klusjes kan ervoor zorgen dat tieners een startersloon grandioos overschatten. Het kan zinvol zijn ouders hierop attent te maken.

Tieners aanmoedigen om een studentenjob te zoeken kan ook een effectieve manier zijn om hen de waarde van geld beter te leren begrijpen. Bovendien geeft het hen een gevoel van zelfstandigheid dat een positieve invloed kan hebben op hun zelfvertrouwen. Het voelt goed voor jezelf wat geld te verdienen. Bespreek met je leerlingen wat hun rechten zijn als student om te vermijden dat ze door de werkgever worden uitgebuit. Ook hier kan je aanmoedigen om minstens een deel van het bedrag te laten sparen.

Toon een demo in de klas
Toon je leerlingen hoe je een verrichting met je bankkaart kan doen en hoe je een overschrijving of een automatische opdracht uitvoert.
Bekijk samen wat online bankieren of betalen met de smartphone inhoudt en maak hen attent op de gevaren van onvoorzichtig met gevoelige informatie om te springen.

Leer hen sparen
Start een gezamenlijk spaarproject met de hele klas waarbij op het einde van de vooraf vastgelegde periode het gespaarde geld gebruikt wordt om een klassikale vrijetijdsactiviteit te doen samen. Denk bijvoorbeeld aan een bezoek aan de zoo, een spannende film in de bioscoop of een uitstap naar zee. Of spaar voor een leuk accessoire dat in de klas door iedereen kan gebruikt worden. Zo kunnen de kinderen spelenderwijs leren sparen.

Conclusie
Kinderen leren omgaan met geld kan als leerkracht zeker een interessante uitdaging vormen. In samenspraak met de ouders is er bovendien ontzettend veel mogelijk. Gebruik je creativiteit en breng je leerlingen vaardigheden bij die zij voor de rest van hun leven zullen meedragen.