Actualiseer de rol van de gemeenten in het onderwijs om te komen tot een betere samenwerking bij decentraal onderwijs- en jongerenbeleid. Dat stelt de Onderwijsraad in het vandaag gepubliceerde advies Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd. De raad adviseert om de bestuurlijke verhoudingen tussen het Rijk, schoolbesturen en gemeenten tegen het licht te houden.

Zowel gemeenten als onderwijsinstellingen hebben door decentralisaties in de jeugdhulp en op het gebied van de arbeidsmarkt de afgelopen jaren een sterkere rol gekregen in het beleid over opvoeding en ontwikkeling van kinderen en jongeren. Door taken over te hevelen van het Rijk naar gemeenten hebben gemeenten een actievere relatie met de lokale samenleving. Gemeenten en onderwijsinstellingen zijn steeds vaker van elkaar afhankelijk om beleid succesvol te kunnen uitvoeren. En onderwijsinstellingen hebben te maken met een regionaal complex aan instanties. De huidige bestuurlijke inrichting sluit hier niet bij aan en dat bemoeilijkt de samenwerking. Door verschillen tussen gemeenten en onderwijsinstellingen in grootte en bestuurskracht ontstaan bestuurlijke drukte en onduidelijkheden. Deze ontwikkelingen leiden tot spanningen, waardoor kinderen en jongeren niet altijd het onderwijs en de zorg krijgen die ze nodig hebben.

De raad vindt het nodig om samenwerking tussen gemeenten en onderwijsinstellingen beter te regelen. Prof. dr. Henriëtte Maassen van den Brink, voorzitter van de Onderwijsraad: “Als we onze kinderen en jongeren regionaal het best mogelijke onderwijs en goede begeleiding en zorg willen bieden, dan moet er in het woud van bestuurlijke drukte behoorlijk worden gekapt. Rolvastheid van het Rijk, gemeente en onderwijsinstellingen is daarbij een eerste vereiste. ”

Discussiepunten zijn bijvoorbeeld of gemeenten meer betrokken moeten zijn bij het regionale onderwijsaanbod en in welke mate gemeenten zich eigenstandig met de onderwijskwaliteit mogen bemoeien. Verder vindt de raad dat het bestuurlijk toezicht door de gemeenteraad op het openbaar onderwijs toe is aan heroverweging. De raad geeft richtlijnen mee voor het maken van afspraken over deze punten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de keuze van het Rijk om wel of geen taken over te dragen aan gemeenten en om de verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen gemeenten en schoolbesturen. Wel is de raad van mening dat publieke belangen zoals waarborging van de onderwijskwaliteit en van de samenhang in het stelsel niet gedecentraliseerd kunnen worden.
De raad roept het Rijk op een landelijk beraad te organiseren en geeft een aanzet door de belangrijkste agendapunten en denkrichtingen mee te geven.