Vrijwel nergens ter wereld werken zoveel leerkrachten parttime als in Nederland. Met het oog op het hard oplopende lerarentekort, verdient ook de gedachte ‘alle deeltijders een dag extra aan het werk’ een check: hoe haalbaar is dit eigenlijk? En gaat het helpen?

Maar liefst 55 procent van alle leraren in het basisonderwijs werkt 0,8 fte of minder. Onder onderwijsondersteunend personeel ligt dit percentage nog hoger. Dit heeft alles te maken met het aantal vrouwen in de sector. Het verschil wordt weliswaar geleidelijk kleiner, maar nog altijd werken Nederlandse mannen gemiddeld een dag in de week meer dan vrouwen, concludeerde het SCP eerder dit jaar. En dit verschil is er al vanaf het moment van afstuderen, dus heeft niet eens direct met het moederschap te maken, wat vaak gedacht wordt. Een probleem?

‘Deeltijders maken onderwijs onaantrekkelijk’
Jazeker, althans volgens de Inspectie van het Onderwijs. In 2014 stelde zij dat parttime leerkrachten minder didactische vaardigheden hebben en minder goed zijn in het omgaan met verschillen in de klas. Hoogleraar onderwijsbestuur Edith Hooge vindt dan ook dat scholen en besturen deeltijdwerken moeten problematiseren, want het zou het onderwijs voor mannen en vrouwen met grotere ambities "een zeer onaantrekkelijke, weinig ambitieuze werkomgeving maken, die zij mijden."
Op dit moment is het financieel niet interessant genoeg om van drie naar vier dagen te gaan.
Alle deeltijders een dag erbij?

Maar deeltijders verplichten een dag extra te gaan werken kan juridisch natuurlijk helemaal niet. Stimuleren is echter een ander verhaal, meent PO-Raad voorzitter Rinda den Besten. ,,Op dit moment is het financieel niet interessant genoeg om van drie naar vier dagen te gaan.” Ook een betere reiskostenvergoeding, belastingvoordeel en goedkopere kinderopvang en bso (of een universele basisvoorziening, zoals de PO-Raad wil), kunnen deeltijders prikkelen om meer te gaan werken.

Probleem opgelost? Was het maar zo simpel, zegt Den Besten. ,,Natuurlijk zou het op papier helpen tegen het lerarentekort als alle parttimers extra gingen werken. Bovendien is continuïteit voor veel kinderen een verademing en bespaart het tijd en geld dat opgaat aan overdrachten, roosters maken en het professionaliseren en bekwaam houden van het voltallige personeelsbestand. Maar wat is goed voor de leerkrachten zelf? Ook die vraag moeten beleidsmakers zich stellen.”
Feit is dat leerkrachten op dit moment de werkdruk zo hoog ervaren, dat één op de vier met burn-outklachten kampt
Hoe korter de werkweek, hoe productiever de werknemer

In de jaren ’20 van de vorige eeuw was Henry Ford de eerste die zijn werknemers minder liet werken. Hij zag dat hoe korter de werkweek was, hoe productiever men werd. Inspanning afwisselen met voldoende ontspanning: het klinkt logisch. Kanttekening hierbij is wel dat wat nu een fulltime baan is, voor die tijd parttime was. Waar precies het omslagpunt ligt, is de vraag. Waarschijnlijk is dat voor iedereen anders.

Feit is dat leerkrachten in het basisonderwijs op dit moment de werkdruk zo hoog ervaren, dat één op de vier met burn-outklachten kampt. Of die ervaren werkdruk minder of juist méér wordt, als leerkrachten extra gaan werken, dat is moeilijk te voorspellen. In ieder geval is dit voor werkgevers iets om in de gaten te houden: als hierdoor nóg meer mensen uitvallen, werkt de maatregel averechts in de strijd tegen het lerarentekort.

Conclusie?
Daarmee zijn we weer bij de centrale vraag in deze serie: hoe kunnen we het lerarentekort terugdringen? Hoe dan ook moet het beroep van de leraar aantrekkelijker gemaakt worden, daar is iedereen het wel over eens. Dat begint met een fatsoenlijk salaris en minder werkdruk. De mogelijkheid om in deeltijd te werken is een groot goed, vindt de PO-Raad. Daar moeten we niet aan tornen. Tegelijkertijd moet het wel lonen om meer dan drie dagen te werken. Verder hamert de PO-Raad bij haar leden vooral op het streven naar diversiteit in de teams. Den Besten: ,,Mannen en vrouwen met verschillende achtergronden, kwaliteiten en leeftijden. Professioneel HR-beleid wordt belangrijker dan ooit.”

Bron: PO-Raad