Basisscholen waar relatief meer mannen lesgeven en de leerkrachten ouder zijn, scoren iets beter op de Cito-toets, blijkt uit onderzoek van RTL Nieuws. Verder doen scholen met veel docenten die voltijds werken, het beter dan scholen met overwegend parttimers.

RTL Nieuws vergeleek de samenstelling van de lerarenteams van basisscholen met de prestaties op de eindtoets. Hierbij is rekening gehouden met de achtergrond van de leerlingen, zoals de opleiding en het inkomen van de ouders.

Gemiddeld is 15 procent van de leraren op Nederlandse scholen een man. De gemiddelde leeftijd van de teams is 43,6 jaar.

Hoewel de verschillen klein zijn, scoren scholen met de meeste mannen en de oudste leraren het hoogst. Scholen met de meeste vrouwen en de jongste leraren scoren juist het laagst.

Oude pedagogische academies

Dat scholen met oudere leraren hoger scoren, kan volgens onderwijskundige Geert Driessen van de Radboud Universiteit verschillende oorzaken hebben. "Oudere mannen zijn nog vaker opgeleid op de oude pedagogische academies. Daar lag het niveau hoger dan op de huidige pabo." Verder wijst de onderzoeker er op dat mannen vaker dan vrouwen gericht zijn op taal en rekenen, wat in de eindtoets wordt gemeten.

Daarnaast denkt Driessen dat oudere mannen vaak voltijds werken omdat ze hun werk niet hoeven te combineren met de zorg voor een eventueel gezin. Uit de cijfers van RTL Nieuws blijkt ook dat scholen met meer fulltime leerkrachten hoger scoren dan scholen met vooral veel parttime leraren.