Vanaf studiejaar 2015-2016 moeten havisten en mbo’ers die de pabo willen volgen al vóór aanvang van de opleiding aantonen over voldoende parate kennis te beschikken. Dat schrijft minister Jet Bussemaker van OCW aan de besturen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs en de hogescholen.

Nu kan elke havist en mbo’er op niveau 4, ongeacht profiel, vakkenpakket of mbo-opleiding, instromen in de pabo. In het eerste jaar van de studie moet elke student met ‘entreetoetsen’ bewijzen over voldoende basiskennis te beschikken van de onderwerpen wereldoriëntatie (aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek), taal en rekenen. Door de pabo kan onder andere op basis van deze resultaten een bindend studieadvies (BSA) worden afgegeven.

Vanaf studiejaar 2015-2016 moeten havisten en mbo’ers die de pabo willen volgen al vóór aanvang van de opleiding aantonen over voldoende parate kennis te beschikken van de bovengenoemde onderwerpen. Het gevraagde kennisniveau betreft basiskennis waarmee de student direct aan de slag kan. Dit niveau is vergelijkbaar met havo-3/vmbo-t4.

De nieuwe kenniseisen gelden voor scholieren die vanuit het havo of het mbo willen instromen in de pabo. Aspirant-studenten met een vwo-diploma of een afgeronde hbo- of wo-opleiding zijn vrijgesteld van de bijzondere nadere vooropleidingseisen. Zij worden geacht eventuele kennislacunes zelfstandig weg te kunnen werken.