Onderwijsvernieuwing vindt te ad hoc en fragmentarisch plaats. Een overladen lesprogramma dat dreigt achter te gaan lopen bij maatschappelijke ontwikkelingen is het gevolg. Bovendien is niemand verantwoordelijk voor doorlopende leerlijnen, waardoor samenhang ontbreekt. "Om het onderwijs bij de tijd te houden is periodieke herijking van het curriculum noodzakelijk", aldus Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad. De raad stelt voor deze taak te beleggen bij een permanent college met een brede maatschappelijke vertegenwoordiging. Dit college organiseert de periodieke herijking, volgt curriculumvernieuwingen, initieert gesprekken hierover met betrokkenen, bewaakt de samenhang en adviseert de minister over eventuele aanpassingen van het formele curriculum. Het advies Een eigentijds curriculum is vandaag overhandigd aan minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker (onderwijs).

Het onderwijs bereidt leerlingen en studenten voor op een dynamische samenleving. De arbeidsmarkt vraagt om gedegen (vak)kennis. Bovendien doet de eenentwintigste eeuw een groot beroep op ict-geletterdheid, probleemoplossingsvaardigheden, kritisch denken, creativiteit, sociale competenties en leervaardigheden. Toch zijn deze vaardigheden niet expliciet in het curriculum opgenomen, en vindt er geen vertaling plaats naar vakken en leergebieden. Juist het toenemend belang van deze 21ste-eeuwse vaardigheden toont de kwetsbaarheid van de manier waarop het curriculum tot stand komt en onderstreept de noodzaak tot afstemming en systematische herijking van het curriculum.

Bied leraren de mogelijkheid kennis te delen en te ontwikkelen
Het bij de tijd houden van het onderwijs is vooral een taak voor leraren en schoolleiders. Zij kunnen het curriculum aanpassen, verbeteren en afstemmen op hun lokale situatie. Hun betrokkenheid en professionaliteit vormt daarbij de sleutel. Leraren moeten daarom intensief betrokken zijn bij het ontwerpen en evalueren van het curriculum, en samen met andere leraren kunnen werken aan curriculumvernieuwing. Daarbij moeten zij ook gebruik kunnen maken van de expertise van lerarenopleidingen, pedagogische centra, de SLO, hogescholen en universiteiten. De Onderwijsraad adviseert de deelname aan kennisgemeenschappen te stimuleren, en bij- en nascholing te laten ontwikkelen.

Permanent college moet bij eerste herijking specifiek kijken naar 21ste-eeuwse vaardigheden
De overheid draagt ook verantwoordelijkheid voor een eigentijds curriculum. Uiteindelijk bepaalt zij welke vakken en leerinhouden een plek moeten krijgen in het formele curriculum. Ook voor meer samenhang is sturing vanuit de overheid belangrijk. De Onderwijsraad adviseert een permanent college in te stellen, dat de minister periodiek adviseert over aanpassingen in het formele curriculum. Bij de eerste herijking moet vooral aandacht worden besteed aan de 21ste-eeuwse vaardigheden. Het belang daarvan is groot, en de huidige stand van zaken stelt niet gerust.