Leerwinst en toegevoegde waarde zijn waardevolle instrumenten voor scholen om hun onderwijs te verbeteren. Inzicht in de ontwikkeling van leerlingen (leerwinst) helpt leraren hun onderwijs goed af te stemmen op hun leerlingen. Kennis over wat de school aan de groei van leerlingen bijdraagt (toegevoegde waarde) stelt scholen in staat hun resultaten te vergelijken met andere scholen en hiervan te leren. Als algemeen oordeel over de kwaliteit van de school is toegevoegde waarde echter níet geschikt, zo stelt de Onderwijsraad.

Het advies Toegevoegde waarde: een instrument voor onderwijsverbetering – niet voor beoordeling is vandaag aangeboden aan minister Bussemaker (onderwijs) en staatssecretaris Dekker (onderwijs). De Onderwijsraad stelt daarin dat toegevoegde waarde een te beperkte maat is voor de beoordeling van de opbrengsten van een school. Het geeft waardevolle informatie over de goed meetbare onderdelen van het onderwijs, maar geeft geen zicht op andere vaardigheden of specifieke omstandigheden. Bovendien laat internationale ervaring zien dat scholen ongewenst strategisch gedrag gaan vertonen wanneer zij op hun toegevoegde waarde worden ‘afgerekend’. Bijvoorbeeld door vooral aandacht te schenken aan onderdelen die in de toetsen aan bod komen of bewust toetsscores te beïnvloeden.

Werk aan ‘datawijsheid’ van leraren en schoolleiders
Alhoewel scholen steeds meer gegevens hebben over de vorderingen van hun leerlingen, maken ze daar tot dusver weinig gebruik van. Dat is jammer. Opbrengstgegevens die daadwerkelijk in de school gebruikt worden, leveren een waardevolle bijdrage aan het verhogen van de onderwijskwaliteit, en leerlingen zouden daar veel profijt van kunnen hebben. Dit vraagt om ‘datawijsheid’ van leraren en schoolleiders: begrijpen van de leerwinstgegevens, hierover met elkaar in gesprek gaan en op die manier het onderwijs verbeteren.

Werk aan het verbeteren van bestaande opbrengstindicatoren én meer balans met procesindicatoren
In het toezicht op de kwaliteit van het onderwijs zouden leeropbrengsten een minder zware rol moeten spelen, terwijl kwaliteitszorg van scholen juist een grotere plek moet krijgen. Ruimte voor een open dialoog is belangrijk zodat scholen kunnen laten zien welke omstandigheden hebben geleid tot de resultaten. Bestaande opbrengstindicatoren kunnen overigens ook worden verbeterd. Door meer rekening te houden met het opleidingsniveau van de ouders en de aanwezigheid van zorgleerlingen op de school, ontstaat al een genuanceerder beeld van de verschillen in leeropbrengst tussen scholen met verschillende leerlingpopulaties.