Het ministerie van Onderwijs moet afspraken maken met scholen over de grootte per klas. ‘De staatssecretaris kan nu niet achterover leunen en afwachten’, schrijft AOb-bestuurder Liesbeth Verheggen vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Gisteren debatteerden de Kamerleden samen met staatssecretaris Dekker van Onderwijs over de volle klassen. Hij vindt dat scholen dat zelf moeten bepalen hoeveel leerlingen er in een groep zitten. De politiek moet geen norm opleggen. De AOb vindt dat spijtig, omdat is aangetoond dat schoolbesturen niet altijd goede keuzes maken.

Verheggen wil geen opgelegd maximum, maar wil wel afspraken met lerarenteams over de grootte per klas. ‘We willen dat er wordt uitgegaan van een gemiddelde groepsgrootte van 23 leerlingen per school’, schrijft ze.

Dat is handig, volgens haar, omdat scholen dan flexibel zijn. Een ervaren leerkracht kan 28 leerlingen in zijn klas hebben, terwijl een starter juist een kleinere groep lesgeeft. Verheggen vraagt dan ook aan de Kamerleden in te stemmen met de moties van Kamerleden Jasper van Dijk (SP) en Paul van Meenen (D66). Zij roepen daarin op om een ‘aanvalsplan’ te bedenken tegen volle klassen.

Lees de hele brief van AOb-bestuurder Liesbeth Verheggen aan de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs hier.