Scholen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten meer mogelijkheden krijgen om slimme leerlingen extra uitdagingen te bieden.

De Tweede Kamer deelt dit uitgangspunt van staatssecretaris Dekker van Onderwijs, zo Dat bleek donderdag tijdens een debat.

De bewindsman vindt dat het Nederlandse onderwijs goed slaagt in de begeleiding van leerlingen die op een of meer onderdelen niet goed presteren. Aan de begeleiding van leerlingen die meer kunnen dan gemiddeld, schort het een en ander, vindt Dekker. Daarbij gaat het om zo’n 20 procent van de leerlingenpopulatie.

Dekker vindt dat scholen meer uitdagingen aan deze leerlingen moeten bieden. Bijvoorbeeld door het aanbieden van extra lesstof, het inrichten van plusklassen, het verkorten van de studieduur en door het aanbieden van lessen op andere scholen in vakken waarin de leerlingen goed zijn.

Dekker verstaat onder toptalenten niet alleen jongeren die verstandelijk meer kunnen dan gemiddeld, maar ook jongeren met „gouden handen.”

De fracties van VVD, PvdA, D66 en SGP ondersteunen in grote lijnen de uitgangspunten van de bewindsman. Dekker onderschreef de wens van SGP-Kamerlid Bisschop om scholen de vrijheid te geven om op hun eigen manier vorm te geven aan het onderwijs voor toptalenten.

SP-Kamerlid Van Dijk vindt dat Dekker de klassen moet verkleinen. Zodoende hoeft er geen extra onderwijs te komen die de cohesie binnen de klas in gevaar zou brengen. Dekker komt in maart met een plan van aanpak.