Nederland telt zo’n 70.000 jongeren tussen de 12 en 19 jaar die op school meervoudig probleemgedrag vertonen. Ze spijbelen, presteren ondermaats en gaan zich te buiten aan drank en/of drugs. Een aantal neigt zelfs naar criminaliteit. Opvallend daarbij is dat hoogbegaafdheid de belangrijkste indicator is dat het wel eens mis zou kunnen gaan met een leerling.

Probleemleerlingen hebben extra zorg nodig, maar juist daar dreigen problemen. Zo gaan de meeste MBO-opleidingen van vier naar drie jaar, waardoor de intensiteit van vooral het eerste jaar zal toenemen. „Er zullen meer uren gedraaid gaan worden”, zegt Jan van Zijl, voorzitter van de MBO-raad. „Het wordt steeds belangrijker om goede keuzes te maken voor leerlingen. De lat in het onderwijs gaat omhoog. Ik zou graag zien dat leerlingen eventueel nog een extra jaartje op het VMBO kunnen blijven, zodat ze beter voorbereid zijn. Het gevaar van vroegtijdig schoolverlaten ligt op de loer.”

Tussen wal en schip
Er komen belangrijke veranderingen in het onderwijs. Zo gaat Jeugdzorg bepaalde taken afstoten naar scholen en gemeentes. Maar welke dat exact zijn, is nu nog onduidelijk. Zo is nog niet helder wie er straks verantwoordelijk is voor de geestelijke gezondheidszorg van leerlingen. Nu is dat nog een zaak voor Jeugdzorg. „Ik ben erg bang dat leerlingen straks tussen wal en schip gaan vallen”, zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad waaronder alle basisscholen en speciaal onderwijs vallen. „Zorg en onderwijs zijn als Mars en Venus. Er is zoveel onbegrip. Er zou veel beter samengewerkt moeten worden.”

Al op de basisschool is het zaak om te voorkomen dat scholieren afglijden. „We moeten niet wachten tot ze problemen krijgen”, zegt Den Besten. We moeten signalen vroeg waarnemen en actie ondernemen. Er zijn hulpprogramma’s en er is speciaal onderwijs. Daar moet gebruik van gemaakt worden.”

Huisbezoekjes
Den Besten is niet blij met de nieuwe werkwijze die volgend jaar augustus ingaat. Dan hebben schoolbesturen de zorgplicht over leerlingen. Zij moeten de hulpprogramma’s en de juiste manier van onderwijs gaan bepalen voor een leerling. „Maar daar is uiteindelijk wel een handtekening van ouders voor nodig. En dat gaat problemen opleveren. Speciaal onderwijs? Hulpprogramma’s? Mijn kind? Hij is toch niet gek? Zonder zo’n handtekening kunnen scholen straks niks, maar ze hebben wel die plicht.”

Ouders krijgen sowieso een belangrijker rol in het onderwijs. „Zij moeten meer betrokken worden bij de scholen,” zegt Van Zijl. „Daarover gaan we afspraken maken.”

Den Besten betreurt het dan ook dat ouders steeds vaker afzien van huisbezoekjes van docenten. Daardoor weten ze in mindere mate wat er speelt. „Doodzonde. Ouders vinden het inbreuk op hun privacy, terwijl het voor een kind toch juist prachtig is om trots je kamertje te laten zien.”