De invoering van 'Passend onderwijs' betekent voor een groot aantal scholen buiten de Randstad een forse financiële aderlating. Onderwijsinstellingen in de vier grote steden gaan er juist op vooruit.

Passend onderwijs is de nieuwe manier van begeleiding van kinderen met psychiatrische en gedragsproblemen op 'gewone' scholen of op scholen voor speciaal onderwijs. De vernieuwing moet ertoe leiden dat leerlingen ondersteuning op maat krijgen en niet tussen wal en schip vallen. Doordat deze groep leerlingen de laatste tien jaar sterk in omvang is toegenomen, dreigde het onderwijs aan hen onbetaalbaar te worden.

Zelfde bedrag per leerling
Voor regio's waar nu nog relatief veel geld aan deze vorm van speciale begeleiding wordt uitgegeven, betekent de nieuwe opzet een achteruitgang. Straks wordt in heel het land per leerling eenzelfde bedrag beschikbaar gesteld. Gebieden die nu nog ruim in het jasje zitten - Oost-Gelderland, Overijssel, Limburg en Noord-Brabant - zullen daardoor fors moeten inleveren, soms tonnen per school per jaar.

De onderlinge solidariteit in de minder verstedelijkte gebieden zorgt ervoor dat kinderen die niet goed mee kunnen toch binnenboord worden gehouden. Dat vergt wel extra kosten. Waar in Amsterdam of Utrecht kinderen vrijwel ongecontroleerd van school naar school kunnen 'hoppen' als ze dreigen uit te vallen, moeten de weinige scholen in plattelandsgebieden extra investeren in het binnenboord houden van probleemkinderen.

Vanavond wordt in Deventer op een conferentie bekeken hoe de financiële klappen kunnen worden opgevangen. Onderzoek heeft uitgewezen dat als scholen in landelijke gebieden gebruik maken van de grote onderlinge verbondenheid van de inwoners, een adequaat systeem van opvang van probleemkinderen kan worden gerealiseerd.