De gemeente Amsterdam wil kinderen vanaf 2,5 jaar naar de basisschool sturen. In het najaar lanceert de gemeente een plan om peuterspeelzalen, voorscholen en reguliere kinderopvang samen te voegen in een basisvoorziening voor peuters van 2,5 tot 4 jaar oud. In de loop van dit schooljaar begint een proefproject op tien scholen.

Volgens het plan krijgen kinderen met een taalachterstand wekelijks recht op vier gratis dagdelen opvang van drie uur. Voor andere kinderen is dat twee gratis dagdelen per week. De opzet lijkt daarmee sterk op het plan van minister Lodewijk Asscher voor een landelijke peutervoorziening voor alle kinderen vanaf 2,5 jaar, ongeacht of de ouders werken of niet.

Amsterdam kent een relatief hoog aantal kinderen met een taalachterstand. Met ruim 6.300 peuters valt bijna de helft van alle 2,5 tot 4-jarigen in de stad onder die categorie, terwijl het er landelijk 45 duizend zijn. Volgens de bestaande regelingen hebben zij recht op minstens tien uur voorschoolse educatie per week, betaald door de gemeente.

0plus
Amsterdam wil daar nu onder de naam Groep 0plus een pedagogische voorziening van maken voor alle kinderen. De opvang valt dan onder de verantwoordelijkheid van de basisschool en vindt plaats in hetzelfde gebouw of in de buurt daarvan. Als kinderen 4 jaar oud zijn, stromen ze door naar groep 1 van dezelfde school. Voor de financiering wil de stad het geld voor de kinderopvangtoeslag samenvoegen met de gemeentelijke middelen voor peuterspeelzaalwerk en voor- en vroegschoolse educatie.

Als het initiatief doorgaat, heeft de Amsterdamse kinderopvang er een potentiële concurrent bij. Volgens het plan mogen basisscholen samenwerken met een bestaande aanbieder van kinderopvang, maar ze mogen de peutervoorziening ook zelf aanbieden. In dat geval ziet de opvang zijn meest winstgevende cliënten wegstromen, omdat er bij kinderen tot 2 jaar oud meer beroepskrachten op de groep moeten staan dan bij oudere kinderen. Kinderdagverblijven verdienen daarom meestal pas aan de opvang wanneer kinderen de peuterleeftijd bereiken.

Grote aanbieders
Het plan valt daarom niet in goede aarde bij kinderopvangorganisaties in de stad. 'Uit ervaring weet ik dat scholen alleen in zee gaan met de grote aanbieders', zegt pedagoge Jessica Haije, eigenaar van Kids & Zo in Amsterdam. 'Dat zijn niet altijd de beste aanbieders op het gebied van de pedagogische kwaliteit voor peuters, dat blijkt ook uit rapportages van de GGD. Ik begrijp ook niet waarom er straks geld naar voorschoolse educatie bij basisscholen gaat, terwijl er al een hele infrastructuur ligt.'

Het initiatief past in de oproep van de vier grote steden om een einde te maken aan het verschil tussen de commerciële kinderopvang en de gesubsidieerde opvang. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht willen zelf de regie krijgen over de voorschoolse educatie voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar.

Gemeenten hebben al enige vrijheid om onderwijs, peuterspeelzalen, kinderopvang op elkaar af te stemmen. Rotterdam, Utrecht en Den Haag geven vrijwel alleen subsidie voor voorschoolse educatie als er een link is met de basisschool.