Honderden basisscholen moeten voor komend schooljaar leerkrachten ontslaan om het hoofd financieel boven water te houden. 80 procent van de scholen ontkomt niet aan straffe bezuinigingen, constateert de sectororganisatie PO-Raad. De scholen zelf vrezen voor de kwaliteit van hun onderwijs.

Door de inkrimping van het aantal leraren worden de klassen komend jaar opnieuw groter. Groepen van 33 kinderen of meer zijn al geen uitzondering meer, terwijl een klas van maximaal 28 kinderen als acceptabel wordt gezien. Niet alleen jaarcontractanten hoeven op veel scholen na de zomer niet meer terug te komen, ook gymleraren, muziekdocenten en remedial teachers moeten het ontzien.

Basisscholen hebben lang geprobeerd de rode cijfers te vermijden door te besparen op zaken die het onderwijs niet direct raken zoals stookkosten, onderhoud van het gebouw of lesmateriaal. Maar de rek is eruit. Personeel ontslaan is voor veel basisscholen onvermijdelijk. 'En dat is zorgelijk,' zegt Harm van Gerven woordvoerder van de PO-Raad tegen het AD.

Ambities
'Het ministerie van Onderwijs heeft grote ambities om met ons onderwijs mee te draaien in de top 5 van de wereld - we zitten nu in de top 10 - maar dat gaat nooit lukken als scholen zo drastisch de broekriem moeten aanhalen.''

De PO-Raad zegt dat op basis van het regeerakkoord het basisonderwijs niet hoeft in te leveren. Sterker nog, per leerling wordt meer geld uitgetrokken.

De bezuinigingen zijn echter het gevolg van een combinatie van afnemende aantallen leerlingen en alsmaar oplopende personeelskosten door stijgende premies. Ook de afbouw van gemeentelijke subsidies zoals de bekostiging van schoolzwemmen en cultuurprojecten is daar debet aan. Scholen buiten de Randstad worden het hardst getroffen.

Met name de steeds grotere klassen baren zorgen. 'Onderwijs aan grote groepen kinderen tegelijk hoeft op zich niet slecht te zijn, maar dan moet je wel allemaal leerlingen in de klas hebben die goed kunnen opletten en meekomen met de stof. De praktijk is vaak anders,' stelt Lucille Barbosa van de Nederlandse Katholieke Oudervereniging (NKO).

Leerlingen die extra aandacht nodig hebben kunnen in grote klassen niet voldoende worden ondersteund, is de vrees van zowel de NKO als de PO-Raad. Maar ook stille, ijverige leerlingen lopen het risico dat ze aandacht tekortkomen, als ze hun meester of juf met 35 klasgenootjes moeten delen. 'Ik kreeg deze week nog verontruste ouders aan de telefoon van een school die 38 kinderen in een klas plaatst,' aldus Barbosa.