De Raad van State en de Onderwijsraad plaatsen forse kritiek bij het vorige week ingediende wetsvoorstel dat vo-scholen verplicht een leerlingvolgsysteem te gebruiken en deel te nemen aan een centrale uniforme tussentijdse toets. De Besturenraad onderschrijft deze kritiek voor een groot deel.

Verplicht
Vorige week diende staatssecretaris Sander Dekker het wetsvoorstel Leerlingvolgsysteem en diagnostische tussentijdse toets voortgezet onderwijs in bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel past in de ambitie van het huidige en vorige kabinet om te komen tot een doorlopende leer- en toetslijn.

Het wetsvoorstel regelt dat scholen in het voortgezet onderwijs verplicht worden:

een leerlingvolgsysteem (lvs) naar keuze te gebruiken voor Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen;
halverwege de schoolloopbaan van leerlingen bij hen een diagnostische tussentijdse toets (dtt) af te nemen op de genoemde vakken;
op basis van een steekproef deel te nemen aan internationaal vergelijkend onderzoek.

Cultuurverandering
In de memorie van toelichting hamert de staatssecretaris op het belang van opbrengstgericht werken. Volgens hem gebeurt dat in het vo nog veel te weinig. Hij wil met het wetsvoorstel een cultuurverandering realiseren. Een lvs en dtt bieden scholen, docenten, leerlingen en hun ouders inzicht in de ontwikkeling van de individuele leerling en maakt gepaste actie mogelijk waar nodig, bijvoorbeeld in de vorm van extra ondersteuning of verdieping.

De dtt maakt het volgens de staatssecretaris mogelijk om tussentijds te meten of de leerling op de goede weg is naar het eindexamen. Bovendien biedt de dtt scholen mogelijkheden voor benchmarking en geeft hij op stelselniveau een jaarlijkse indicatie van het niveau van het onderwijs aan het eind van de onderbouw.

Internationaal vergelijkend onderzoek vindt Dekker belangrijke graadmeters voor de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. Omdat het steeds lastiger wordt om voldoende respondenten voor dit onderzoek te krijgen wil hij deelname verplicht stellen.

Middelen
Zowel de Raad van State als de Onderwijsraad hebben geadviseerd over het wetsvoorstel. Beide steunen de staatssecretaris in zijn streven scholen meer opbrengstgericht te laten werken, maar zijn wel kritisch over de middelen die Dekker hiervoor wil inzetten.

Rem op innovatief vermogen
Ze wijzen onder meer op het risico dat scholen zich te eenzijdig gaan richten op de ‘doorstroomrelevante vakken’ en op het lvs en de dtt, wat een rem kan vormen op het eigen innovatief vermogen van scholen, en op het gevaar van teaching to the test. Met instemming refereert de Raad van State aan de opmerking van de Onderwijsraad dat het centrale en uniforme karakter van de toetsen niet aansluit op de inrichtingsvrijheid die scholen hebben om het onderwijs in overeenstemming met hun eigen keuzes te verbeteren.

Keuzevrijheid
De Raad van State waarschuwt ook voor een rigide systeem van kwaliteitscontrole. Wat de Raad betreft blijft de diagnostische toets dan ook diagnostisch en mag deze niet gebruikt worden voor kwaliteitsbeoordeling door de Inspectie (dat is volgens de staatssecretaris ook niet bedoeling) of concurrentie tussen scholen. Ook de Onderwijsraad maakt dit punt en gaat zelfs nog een stap verder: de toets zou niet verplicht moeten worden en als dat wel gebeurt moeten scholen een toets kunnen kiezen.

Een lvs wordt wat de Onderwijsraad betreft wel verplicht, maar dan wel met keuzevrijheid voor de school. Hoewel beide Raden het belang van internationaal vergelijkende onderzoeken onderkennen vinden ze dat scholen niet verplicht moeten worden om deel te nemen aan dit soort onderzoek.

Overbodig
De Besturenraad onderschrijft grotendeels de kritiek van de Raad van State en de Onderwijsraad. Met het punt van het verplichte gebruik van een lvs stemmen wij echter niet in. Opbrengstgericht werken is al uitgangspunt van het bestuursakkoord dat de vo-sector met de vorige minister van onderwijs sloot. Het is wat de Besturenraad betreft vervolgens aan de scholen om dit vorm te geven. Vanuit dat oogpunt is het wetsvoorstel in feite dus overbodig.

Maar de staatssecretaris heeft er kennelijk weinig vertrouwen in dat de scholen het akkoord gaan naleven. Want hij stelt: "Zonder een wettelijke verplichting is niet gewaarborgd dat alle scholen hun leerlinggegevens systematisch evalueren en gebruiken voor het verbeteren van hun onderwijs en daarmee het beste uit alle leerlingen halen."

Deugdelijkheideisen
Met het wetsvoorstel wordt volgens Onderwijsraad en Raad van State teveel ingegrepen in de vrijheid van scholen om zelf te bepalen hoe zij hun onderwijs inrichten. De Besturenraad is het niet eens met de staatssecretaris die stelt dat het gebruik van een lvs en het deelnemen aan de dtt gezien kunnen worden als deugdelijkheideisen.

Het is opvallend dat Dekker schrijft: "Een belangrijk aspect (...) is dat de formele wetgever zich richt op de opbrengsten en niet zozeer op het proces daar naartoe". Door het voorschrijven van een lvs en een dtt doet de staatssecretaris het laatste juist wel. Overigens gaat de bewindsman nog een stap verder, want hij stelt dat "voor een optimaal effect van deze maatregelen is het van belang dat scholen deze middelen op een bepaalde manier gebruiken.” De Inspectie zal dit juiste gebruik gaan controleren.

Ranglijstdenken
Het verplicht deelnemen aan internationale onderzoeken rechtvaardigt het kabinet met een verwijzing naar de ambitie van de regering om tot de top 5 kenniseconomieën in de wereld te behoren. De Besturenraad neemt afstand van dit ranglijstdenken, temeer daar de door de staatssecretaris genoemde onderzoeken uitsluitend draaien om rekenen en taal en daarmee geen oog hebben voor de veel bredere taak van het onderwijs.