Ict heeft het onderwijs veel te bieden, maar ict-ontwikkelingen gaan steeds sneller. De adoptie van telefonie nam bijna de hele vorige eeuw in beslag, de pc deed er twee decennia over, maar de adoptiesnelheid van smartphone devices is alweer 10x sneller dan dat van de pc.

Hoe kun je als onderwijsinstelling meegroeien met die ontwikkelingen en optimaal profiteren van ict? Voor lerarenopleidingen, die leraren voorbereiden op de toekomst, is het van belang om de eigen innovatiekracht te versterken. Maar hoe doe je dat? Hoe stel je je onderwijsprofessionals in staat om structureel te innoveren met ict om het onderwijs te verbeteren?

Tijdens Het Leren van de Toekomst wordt er in 2 fasen onderzoek uitgevoerd naar innovatiekracht binnen de lerarenopleiding, in dit geval de pabo van Hogeschool Iselinge. In de eerste onderzoeksfase is er literatuuronderzoek uitgevoerd naar innovatiekracht en zijn succesfactoren voor innovatiekracht met ict in onderwijs en gerangschikt in een model. Ook zijn er interviews uitgevoerd met het projectteam van Het Leren van de Toekomst, bestaande uit medewerkers van Iselinge Hogeschool en Kennisnet. Van deze eerste fase is nu een tussenrapportage gepubliceerd.

De tussenrapportage van de eerste onderzoeksfase geeft vooral een (voorlopig) antwoord op de volgende drie onderzoeksvragen:

Wat wordt verstaan onder innovatie en innovatiekracht en welke factoren beïnvloeden de innovatiekracht?
Wat is de visie van Iselinge en Kennisnet op de huidige en gewenste innovatiekracht en de huidige en gewenste ict-bekwaamheid (studenten, docenten) van Iselinge en Pabo’s in het algemeen?
Welke doelstellingen en beoogde resultaten heeft Iselinge met het project?

Een juiste mix van willen, kunnen en mogen innoveren
Volgens de literatuur ontstaat innovatiekracht uit een combinatie van het willen innoveren, het kunnen innoveren en het mogen innoveren. Onder willen innoveren zijn succesfactoren te rangschikken die met name te maken hebben met de houding van degene die innoveert:

de mate van motivatie of belangstelling voor onderwijsinnovaties door middel van ict;
commitment: het eigenaar voelen van – en verantwoordelijk nemen voor de innovatie;
het gebruik willen maken van de geboden autonomie en ruimte.

Bij kunnen innoveren gaat het eveneens om persoonsgebonden aspecten maar dan met betrekking tot kennis en ervaring, zoals:

de ervaring als kenniswerker: iemand die kennis en informatie tot zich neemt en deze interpreteert, ontwikkelt en vervolgens gebruikt en distribueert;
ict kennis en vaardigheden;
samenwerking: sociaal vaardig en open staan voor samenwerking.

Tot slot vat het mogen innoveren organisatiekenmerken samen die bevorderlijk zijn voor innovatiekracht, zoals:

een heldere visie: waar wil de organisatie heen en passen innovaties hierin?
beschikbaarheid van middelen: is er ruimte om te experimenteren, financiële middelen, training?
autonomie/ruimte voor betrokkenen bij innovatie.

10 tips voor innovatie met ict in de lerarenopleiding

In de tweede onderzoeksfase wordt dit model verder aangescherpt en getoetst aan de praktijk aan de hand van interviews met de betrokken docenten. Hoewel deze tussenrapportage dus nog geen definitief antwoord geeft en meer de uitgangssituatie van het project beschrijft volgen er toch al 10 heldere aanbevelingen uit voor innovatieprojecten op lerarenopleidingen:

Gemeenschappelijke visie en draagvlak is essentieel.
Werk vanuit een onderwijsvraagstuk en sluit aan op het curriculum.
Werk met een projectteam dat technisch en didactisch wordt begeleid.
Benader elk experiment als een afzonderlijk project met een eigen projectplan.
Betrek docenten, studenten en opleidingsscholen.
Neem voldoende (doorloop)tijd voor het project.
Houd de lijnen kort.
Wees niet te bescheiden: als docent kun je bijdragen aan vernieuwing.
Voldoende aandacht voor communicatie en verspreiding.
Aandacht voor evaluatie en borging van het project.