Over innovaties is algemeen bekend dat de snelheid waarmee ze zich voltrekken wordt overschat en dat de impact ervan wordt onderschat. Mijn motto is dan: ‘Je kunt niet vroeg genoeg voorbereid zijn op de toekomst, dus laten we beginnen!’

VO content vroeg me voor hun publicatie “Voortgezet onderwijs op weg naar 2050” vooruit te blikken naar het onderwijs in 2050. Over een periode van 37 jaar durf ik wel wat aannames te doen. Papieren schoolboeken zijn dan echt verdwenen, bij voorkeur eerder dan ‘gewone’ boeken. Het schoolboek is immers een veel te inflexibele, lastig te vervoeren stapel papier die informatie bevat die gedurende het schooljaar veroudert en zich niet kan aanpassen aan de individuele behoefte van de leerling. En als dat nu overdreven klinkt, geloof me dat is het over enkele jaren niet meer.

Wat hebben we dan wel in 2050?
Leerlingen kiezen in 2050 op hun eigen apparaat interactieve, dynamische leermiddelen uit de aanbevolen bronnen die hen het beste helpen stappen te zetten in hun leerplan. Dat individuele leerplan wordt voortdurend bijgesteld gebruikmakend van de informatie uit het leerproces van de leerling en de groepen waarin hij samenwerkt. Initieel is natuurlijk al zoveel mogelijk gewerkt met wat al bekend is over voorkeuren, stijl, interesses, etc. bij de totstandkoming van dat plan.

Digitale leeromgeving en coach
De digitale leeromgeving biedt de leerling alle benodigde informatie- en communicatiemiddelen en geeft feedback over vorderingen, behaalde prestaties en tips over effectief gedrag. De leeromgeving is overal en altijd benaderbaar met elk type apparaat dat de leerling tot zijn beschikking heeft. De leercoach die de leerling begeleidt binnen zijn leergroep is via diverse kanalen beschikbaar voor de groep of 1 op 1. De coach zelf beschikt over rijke informatie over het leerproces van zijn pupillen en baseert zijn adviezen en interventies daar op. Vanzelfsprekend is diezelfde informatie de basis voor dialoog met de ouders van de leerling en voor de ontwikkeling van de eigen professionaliteit van de coach. In flexibel ingerichte ontmoetingscentra spreken leerlingen elkaar, ontmoeten ze hun coaches en bezoeken ze live lezingen die in de zaal of op afstand te volgen zijn. Sprekers bieden inspirerende introducties in nieuwe stof, hun bijdragen kunnen natuurlijk ook later online bekeken en besproken worden.

Prediction is very difficult, especially about the future… (Niels Bohr)
Ik weet zeker dat ik er naast zit met bovenstaande beschrijving van de toekomst. Het is simpelweg niet mogelijk jezelf voor te stellen welke impact ontwikkelingen die op zichzelf nog wel voorstelbaar zijn zullen hebben op ons dagelijks leven. 37 jaar terug in 1976 had ik geen internet, mobiele telefoon met GPS, HD video camera, mobiele dataverbinding met 350 applicaties erop. En die ‘telefoon’ is ordegroottes sneller dan de supercomputers waarop ik 25 jaar geleden leerde programmeren. Mijn werkstukken maakte ik met de encyclopedie die thuis in de kast stond, woorden zocht ik op in mijn woordenboeken. Mijn dochter, brugger op de middelbare school, vroeg me laatst waarom ze twee Franse woordenboeken had. Ik heb even moeten uitleggen dat je op papier één ordening moet kiezen, een alfabet in het Nederlands of het Frans… Ze gebruikt ze allebei niet, gratis online woordenboeken werken sneller en de woordenlijsten uit het boek staan al in WRTS, dan kun je gelijk de uitspraak oefenen.

Voor mij was vanzelfsprekend hoe mijn wereld eruit zag, voor haar zijn haar smartphone, iPad, laptop en overal toegang tot internet vanzelfsprekend. Maar waarom wordt ze op school geconfronteerd met mijn 1976 versie van het onderwijs, toen ik in de brugklas zat?

Machines die mensen vervangen? Natuurlijk (niet)!
Wat ik hoop en verwacht voor 2050 is dat ict ook in onderwijs haar rol heeft opgeëist door het opeten van routinematig werk dat geen recht doet aan de creativiteit van mensen. Science fiction auteur, uitvinder en futuroloog Arthur C. Clarke zei ooit in een interview: ‘Any teacher that can be replaced by a machine, should be’. Verontwaardiging is vaak mijn deel als ik deze uitspraak aanhaal. Maar kom op mensen, zijn we nu echt zo onzeker over onze kwaliteiten ten opzichte van machines die we zelf bedacht hebben?! Natuurlijk is een leraar niet te vervangen door een machine. Tenzij hij of zij vasthoudt aan het uitvoeren van werk dat een machine net zo goed of beter kan doen. Die tijd hebben we hard nodig voor zaken die machines niet kunnen, vele bedrijfstakken zijn daarin het onderwijs al voorgegaan.

Meer met minder, angst blijft een slechte raadgever
Laten we elkaar, in het veranderingsproces dat de digitale revolutie in het onderwijs teweegbrengt, niet gijzelen in door angst gedreven discussies in de marge. Een passende rol voor mensen in het leerproces, voluit gefaciliteerd door ict is alleen realiseerbaar als we met elkaar in gesprek gaan en blijven over de essentiële rol van mensen in dat leerproces. Maar daarbij moeten we heilige (onderwijs)huisjes niet schuwen als de economische realiteit daarom vraagt. We willen leerlingen maatwerk bieden en we hebben daarvoor minder geld beschikbaar. Dergelijke tegenstellingen vragen nieuwe, innovatieve oplossingen die ict het onderwijs kan bieden. Ik ben ervan overtuigd dat leerprofessionals ook in 2050 nog een prachtige rol zullen vervullen in het leerproces van onze kinderen, met of zonder boeken.

Michael van Wetering,
Kind, leerling en vader
Ict-professional en onderwijsamateur