Toetsontwikkelaar Cito ziet de risico’s van de toenemende aandacht voor toetsresultaten. Dat bleek tijdens een briefing die Cito vanochtend gaf aan de Kamercommissie OCW. De toetsontwikkelaar nuanceerde de mogelijkheden van de toets.

De bijeenkomst was bedoeld om Kamerleden bij te praten over de mogelijkheden en onmogelijkheden van toetsen op leerling-, school- en systeemniveau. Hoe gaat dat toetsen eigenlijk? Wat zijn de doelen? Hoe zitten toetsen in elkaar? Dergelijke vragen leefden bij de Kamerleden.

De briefing was een vervolg op het overleg dat de Kamer eerder had over de invoering van de referentieniveaus taal en rekenen en de hoorzitting over de rekentoets.

Onzekerheden
Cito wees er in het gesprek met de commissie op dat toetsen ook gebruikt worden om iets te zeggen over het stelsel en over het onderwijs op een school. Maar een toets meet uitsluitend de leerling. Dat brengt onzekerheden met zich mee: is een leerling niet gemotiveerd, dan scoort hij wellicht onder zijn kunnen. Mag je op basis van zijn resultaat dan conclusies over de school en het onderwijsstelsel trekken? Vroeg de toetsontwikkelaar de Kamerleden.

Onderwijs versmalt
Toetsen kunnen heel waardevol zijn voor opbrengstgericht werken, zeiden de vertegenwoordigers van Cito vervolgens. Maar zij wezen op het risico op strategisch gedrag wanneer een toets ook gebruikt wordt om de school te beoordelen. Het onderwijs kan versmallen tot de zaken die getoetst worden.

Gesimplificeerd
Het Cito is ook kritisch over de risico’s die het centraal leveren van toetsgegevens met zich meebrengt. Als de overheid alle toetsgegevens wil hebben om daar analyses op los te laten en uitspraken over het onderwijs aan te ontlenen, is er altijd het risico dat die toetsresultaten worden opgevraagd (op basis van de WOB). Zo kunnen toetsgegevens een eigen leven gaan leiden. Met het risico dat zaken gesimplificeerd worden.

Verantwoordelijkheid
Kamerlid Bisschop (SGP) stelde de vraag in hoeverre Cito zich verantwoordelijk voelt voor de eventuele vertoetsing van het onderwijs. Dat is deels het geval, antwoordde de vertegenwoordiger, maar hij wees nadrukkelijk op de verantwoordelijkheid van de Kamer. Die moet zich uitspreken over het toetsen en hoe die gebruikt moeten worden. Daarbij merkte hij op dat een toets wel degelijk nuttig kan zijn als tweede gegeven naast het advies van de leerkracht. Ook naast de ‘film’ die deze gedurende een aantal jaren opbouwt.

In de briefing stelden de Kamerleden verder vooral vragen over de rekentoets in het vo.