Vandaag zouden alle scholen een samenwerkingsverband met hun collega’s in de regio moeten hebben opgericht om zorgleerlingen op te vangen. Maar van de 152 regionale combinaties voor passend onderwijs zijn er maar 100 klaar. Desondanks wil staatssecretaris Dekker nog niets weten van een gefaseerde invoering. Wel beloofde hij de Tweede Kamer desnoods hard in te grijpen om ervoor te zorgen dat passend onderwijs op 1 augustus 2014 van start kan. ‘Wat mij betreft begint hij daar dan na het weekend al mee, want we hebben geen tijd te verliezen,’ reageert AOb-bestuurslid Liesbeth Verheggen.

Verheggen had eerder deze week namens de Algemene Onderwijsbond gepleit voor een gefaseerde invoering. ‘De samenwerkingsverbanden die hun zaken wel op orde hebben, moeten geen last hebben van schoolbesturen die hun plannen nog in de steigers hebben staan,’ vindt ze. ‘Die moeten over een jaar gewoon met passend onderwijs aan de slag zijn. Maar over samenwerkingsverbanden die meer moeite hebben de zaak op de rails te krijgen denk ik toch “doe het goed of doe het niet.” Zij zouden baat hebben bij een jaar uitstel. In dat jaar zouden de betreffende schoolbesturen onder regie van het ministerie aan de slag moeten.’

Het pleidooi van de AOb vond in de Kamer steun bij D66 en de SP. Coalitiepartijen VVD en PvdA wilden er echter niet aan en ook staatssecretaris Dekker zag veel beren op de weg: hij liet de Kamer weten bang te zijn voor chaotische taferelen door twee systemen naast elkaar te laten lopen, al is het maar voor een jaar.

Verheggen begrijpt dat. ‘Dekker ziet het niet zitten om het ene samenwerkingsverband volgens de normen van passend onderwijs met zorgleerlingen te laten werken terwijl je dan – in theorie – andere instellingen nog laat werken met indicatiestellingen en rugzakjes. Dat is ook complex. Maar toch: als we overhaast van start gaan, lopen we het risico dat passend onderwijs al zware averij oploopt voor we er goed en wel mee zijn begonnen. Dat moeten we ook niet willen.’

Dekker beloofde de Tweede Kamer dat hij de achterblijvers gaat aansporen voort te maken met invoering en liet weten hard ingrijpen niet te schuwen. Wat hij onder hard ingrijpen verstaat, maakt hij duidelijk bij de presentatie van de volgende voortgangsrapportage. Daarnaast onderkende hij dat er een gat zit tussen bestuur/management en personeel als het gaat om de kennis van de plannen en ook op dat punt beloofde hij actie. Voor D66-kamerlid Van Meenen zijn die beloften voldoende om een ingediende motie over fasering nog even aan te houden.

Bij de AOb is men blij dat Dekker heeft beloofd desnoods de regie meer naar Den Haag te trekken, maar Verheggen spoort hem wel aan daar niet mee te wachten. ‘De volgende voortgangsrapportage staat gepland voor 18 december. Samenwerkingsverbanden die vandaag – op de deadline – nog niet zijn opgericht, moeten nu worden aangespoord en niet over zes weken.’

Dat Dekker ook onderkent dat het personeel op veel plaatsen niet goed wordt geïnformeerd en wordt betrokken over de plannen die samenwerkingsverbanden ontwikkelen rondom de zorgleerlingen, vindt Verheggen positief. ‘Anders ben ik bang dat de samenwerkingsverbanden er bestuurlijk-juridisch straks helemaal klaar voor zijn, maar dat de mensen die het mogen uitvoeren niet weten waar ze moeten beginnen.’

De staatssecretaris is meer dan welkom om de AOb te raadplegen voor suggesties. Verheggen geeft er alvast twee. ‘In de eerste plaats heeft OCW accountmanagers ingezet rond de formatie van de samenwerkingsverbanden. Het lijkt me een hele goede zaak als die zich in hun communicatie niet beperken tot het bestuur en management, maar ook bijeenkomsten beleggen met de verschillende schoolleiders. Zodat zij het goede gesprek met hun teams gaan voeren. Daarnaast moet Dekker echt af van het idee dat het wel meevalt met de grote klassen. Onze collega’s maken zich grote zorgen over de invoering van passend onderwijs in grote groepen. Onderken dat probleem en laat OCW zich niet langer verschuilen achter de gemiddelde grootte.’

Uit de ledenenquête die de redactie het Onderwijsblad onlangs uitvoerde, blijkt onder AOb-leden grote onduidelijkheid te bestaan over de invoering van passend onderwijs. Van de pakweg 4000 collega’s die aan dit deel van het onderzoek meededen, wist 55 procent niet of de school waar ze werken een afgerond ondersteuningsprofiel heeft, het basisdocument dat aangeeft welke zorg een school kan bieden. Slechts 26 procent gaf aan zorgleerlingen te kunnen geven wat zij nodig hebben. 66 Procent is het oneens of zeer oneens met de stelling dat passend onderwijs ze straks in staat stelt beter onderwijs te geven. Meer dan 90 procent verwacht verdere toename van de werkdruk. Voor 45 procent is niet duidelijk wat de doelstellingen en gevolgen zijn van passend onderwijs.

‘Het is zomaar een selectie uit de enquêteresultaten. Maar het maakt duidelijk dat er nog bergen werk te verrichten zijn, willen we op 1 augustus klaar zijn voor deze systeemwijziging,’ zegt Verheggen. ‘En als onderweg blijkt dat het ondanks alle goede bedoelingen en ingrepen van de staatssecretaris niet gaat lukken, dan hoop ik toch echt dat D66 en de SP net als wij weer voor fasering gaan pleiten. En dat hun pleidooi dan in Den Haag niet in dorre aarde valt.’