Kamerleden van PvdA en SP willen van staatssecretaris Dekker horen of het klopt dat het onderwijsaanbod op middelbare scholen dreigt te verschralen omdat minder ouders meedoen met de vrijwillige ouderbijdrage. Dat signaleert de Onderwijsinspectie in een recent rapport. Ook rector Joke Hengefeld van het KWC in Culemborg zei eerder in onze nieuwsbrief te vrezen voor verschraling.

De inspectie heeft bij wijze van proef 88 middelbare scholen c.q. vestigingen intensief gevolgd in de wijze waarop zij uitvoering geven aan vrijwillige ouderbijdrage. Volgens het rapport schortte er bij de start van het onderzoek in 2010 veel aan die uitvoering en voldeed geen van de scholen volledig aan de regels.

Vooral in de communicatie met de ouders schoten scholen tekort. Onvoldoende werd duidelijk gemaakt voor welke activiteiten de bijdrage werd gevraagd en dat ouders niet verplicht waren om hun kind er aan mee te laten doen. Aan het eind van het onderzoek hadden meeste scholen die aan de proef meededen hun zaakjes wel op orde.

Aanvullende vragen
Maar voor de Tweede Kamer is daarmee de kous niet af. Kamerleden hebben aan staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) een reeks van aanvullende schriftelijke vragen gesteld.

De liberalen willen weten wat er waar is van het argument van scholen in het onderzoek dat als zij moeten benadrukken dat de bijdrage vrijwillig is, dat leidt tot minder inkomsten. En de PvdA merkt op dat in dat geval verschraling van het aanbod van activiteiten en onbedoelde segregatie dreigt. Zonder ouderbijdragen zijn extra activiteiten niet te financieren.

De SP maakt er zich eveneens zorgen over dat steeds meer ouders de vrijwillige bijdrage niet meer kunnen betalen door de financiële crisis en omdat er niet op alle scholen goede compenserende maatregelen of tegemoetkomingen zijn. De fractie wil verder van de staatssecretaris horen welke leuke activiteiten het slachtoffer zouden worden van deze ontwikkeling.

Minder daadkrachtig
VVD en PvdA vragen ook voor die laatste punten de aandacht van de staatssecretaris. Kinderen van ouders die geen vrijwillige bijdrage (kunnen) betalen lopen de kans dat ze niet aan de extra activiteiten op hun school mogen meedoen.

De liberalen vinden dat ouders die financieel minder daadkrachtig zijn op een betrekkelijk anonieme wijze een beroep moeten kunnen doen op het schoolfonds, ‘zodat hun kinderen, die vaak gebaat zijn bij extra-curriculaire activiteiten, toch mee kunnen op buitenschoolse activiteiten.’

Alle partijen benadrukken dat scholen aan de wettelijke eisen moeten voldoen. Wat dat betreft zijn ze ongerust over het onderzoek. Daaruit kan namelijk niet de conclusie worden getrokken dat alle scholen de regeling nu goed uitvoeren.

De Besturenraad heeft in het verleden de problematiek van de bureaucratie rondom de vrijwillige ouderbijdrage voortdurend onder de aandacht gebracht van politiek Den Haag en de onderwijsinspectie. De regeling is op dat punt aangepast.