In een brief aan de minister van OCW van dinsdag 2 november uit de MBO Raad zijn zorgen over de afstemming van de invoeringstrajecten in het voortgezet onderwijs en mbo.

De keuze voor gelijktijdige invoering van de referentieniveaus in primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs heeft als gevolg dat in de startfase nog geen sprake is van de beoogde doorlopende leerlijn.

Dit heeft consequenties voor het instroomniveau van nieuwe mbo-studenten. Het duurt tenminste tot studiejaar 2013-2014 voordat leerlingen vanuit het vmbo met referentieniveau 2F voor Nederlandse taal en rekenen kunnen instromen in het mbo.

De noodzaak van zorgvuldigheid en geleidelijkheid is recent expliciet benoemd in twee publicaties. In de eerste plaats in de beleidsreactie van de staatssecretaris op het Examenverslag mbo 2009 en in relatie tot de invoering van centrale examinering. Daarnaast signaleert de onderwijsinspectie het risico dat een te snelle stijging van de verplichte taal- en rekenniveaus in het mbo, zonder toename van het niveau waarmee leeringen in het mbo starten, kan leiden tot meer voortijdig schoolverlaters.

De examenbesluiten mbo en vo voor 2013-2014 zijn vastgesteld. Voor het vmbo is besloten dat de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen eerst gevalueerd moeten worden, voordat de de slaag-/zakregeling voor de kernvakken wordt aangescherpt. In het examenbesluit mbo is voor niveau 4 vastgelegd dat voor de onderdelen Nederlandse taal en rekenen slechts n vijf mag worden behaald.

Dit betekent dat studenten vanaf 2013-2014 kunnen zakken voor hun niveau 4-diploma wanneer zij niet voldoen aan de referentieniveaus. Terwijl zij bij de start van hun mbo-opleiding nog niet hoefden te voldoen aan het benodigde intstroomniveau voor nieuwe studenten.

Nationale Onderwijsgids