Een meerderheid (60 procent) is voor de afschaffing van het onderwijs met religieuze grondslag. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder ruim 35.000 leden van het Opiniepanel. Het is een slechte zaak, zegt 63 procent, dat de overheid dergelijke scholen subsidieert.

Zowel openbaar als religieus onderwijs, denk aan Islamtische, katholieke of protestantse scholen, worden in Nederland gesubsidieerd door de overheid. Slechts een kwart (26 procent) vindt het belangrijk dat er in Nederland nog religieus onderwijs kan worden gevolgd. Bijna tweederde (64 procent) vindt het niet meer van deze tijd. Een panellid daarover: "Religieus onderwijs is één van de laatste restanten van de verzuiling. De verzuiling is weg en hopelijk religieus onderwijs straks ook.”

Lees hier meer onderzoeksresultaten: "Er is vrijheid van onderwijs, maar die vrijheid betekent niet dat de overheid dat dan maar dient te betalen."

Onderwijs moet neutraal zijn
Daarnaast vinden mensen dat onderwijs in Nederland ‘neutraal’ moet zijn en los moet staan van een bepaalde overtuiging of religie. “Elke school zou op dezelfde wijze kennis moeten overbrengen. Er mag wel onderwijs over religie worden gegeven, maar dan neutraal en over alle religies”, zegt een ondervraagde. Verder vinden mensen godsdienst een privé-zaak en zijn mensen van mening dat religieus onderwijs botst met wetenschappelijke lesstof.

Zelf betalen voor religieus onderwijs
Twee op de drie mensen (64 procent) vinden dat ouders het zelf moeten bekostigen als zij per se willen dat hun kind religieus onderwijs krijgt. Een evengrote groep (63 procent) vindt het een slechte zaak dat de overheid religieus onderwijs financiert.

Over dit onderzoek
Aan het onderzoek, gehouden van 2 tot en met 9 april, deden 35.270 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. De uitslag van de peilingen onder het EenVandaag Opiniepanel zijn na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Panelleden krijgen ongeveer één keer per week een uitnodiging om aan een peiling mee te doen. Op de meeste onderzoeken respondeert 50 tot 60 procent van de panelleden.