Bij het toetsen van de kwaliteit van hogescholen en universiteiten ervaren deze onderwijsinstellingen veel overbodige administratieve lastendruk. Eens per 6 jaar worden zij voor hun accreditatie onder de loep genomen door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) waarbij instellingen soms documentatie opbouwen die kan oplopen tot 60 ordners. Via een proef wil minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bekijken hoe die lastendruk omlaag kan. De ministerraad heeft ingestemd met een proef die in januari 2018 wordt opengesteld.

Aan deze ‘pilot instellingsaccreditatie’ kunnen maximaal zes universiteiten en hogescholen deelnemen. Na een voorbereidingsperiode gaat de proef vanaf 1 september 2018 van start. De pilot is één van de maatregelen die het accreditatiestelsel moeten verbeteren en is tot stand gekomen na uitgebreid overleg met het onderwijsveld.

Onderwijsinstellingen die meedoen aan de proef worden ten opzichten van de huidige situatie beoordeeld op de helft van het aantal NVAO-criteria, waarbij de focus van de NVAO komt te liggen op het eindniveau van de student. De evaluatie van de resterende criteria (onderwijsleeromgeving, toetsen en examinering) mag door de instelling zelf worden ingericht samen met hun docenten en studenten. Daarbij zal, zoals gebruikelijk, een onafhankelijk panel worden ingezet.

Minister Van Engelshoven: ‘In deze proef krijgen docenten meer vertrouwen en ruimte om zich echt eigenaar van het onderwijs te voelen, in plaats van bezig te zijn met verantwoording afleggen aan derden. Deelnemende instellingen kunnen zo de kwaliteitsborging inrichten op een manier die voor hen het meest passend is. Ik verwacht dat dit de kwaliteitscultuur binnen de instellingen zal versterken en hiermee de ervaren lastendruk zal afnemen.’

De pilot wordt uiterlijk in 2022 geëvalueerd. Op basis van de opgedane ervaringen wordt bekeken of deze wijze van accrediteren voor meer scholen en universiteiten kan worden opengesteld.